Gods bedoeling en Gods wil

Omdat ik naar voren breng dat ik geloof dat God wil dat alle mensen gered worden (1 Tim. 2:6) en dat God alles in Zijn hand heeft en Hij doet wat Hij van plan is, omdat Hij dé God is, kreeg ik de tegenwerping:

“In de bijbel vinden we twee verschillende soorten wil van God. Namelijk: Zijn soevereine wil, die geen mens kan weerstaan en ook zijn morele wil of wederstandelijke wil.
Dit laatste is dan de wil die Hij aan mensen voorlegt maar die de mens in de hem gegeven verantwoordelijkheid kan weerstaan. Men spreekt dan ook van de wensende wil van God.”

Woorden van menselijke wijsheid
Dit is een ‘mooi’ voorbeeld van woorden van menselijke wijsheid (1 Kor. 2:13) en dus ongezonde woorden (2 Tim. 1:13). Wij zouden het geestelijke met het geestelijke vergelijken (1 Kor. 2:13), dus ook geestelijke zaken met geestelijke woorden beschrijven en uitleggen.
Termen als morele wil en wederstandelijke wil zijn wellicht mooie theologische verzinsels, maar vreemd aan de Schrift en dus ongezonde woorden (2 Tim. 1:13) en ongeschikt om met het geestelijke te vergelijken (1 Kor. 2:13).

Bedoeling en wil
Wat we wel zien in de Schrift, is dat God een raad, een bedoeling, heeft (Grieks: boulema) én een wil (Grieks: thelema).
Deze beide woorden komen we bijvoorbeeld tegen in:

Efeze 1:11
(…) Die alle dingen werkt naar den raad [boulema] van Zijn wil [thelema] (SV).

Mensen kunnen tegen Gods wil ingaan, maar nooit tegen Zijn bedoeling, tegen Zijn raad(sbesluit).

Het duidelijkste voorbeeld hiervan is farao die Gods volk niet wilde laten gaan. De geschiedenis vinden we in Exodus en het commentaar erop van Paulus in:

Romeinen 9
17 Want de Schrift zegt tegen Farao: “Tot dit wek Ik u op, opdat Ik in u Mijn kracht zou tonen en zodat Mijn Naam verkondigd zou worden op de hele aarde.”
18 Daarom dan: Hij is genadevol over wie Hij wil, en Hij verhardt wie Hij wil.
19 Jullie zullen dan tegen mij zeggen: “Waarom verwijt Hij dan nog? Want wie heeft Zijn raadsbesluit weerstaan? (SW).

Gods werk
God verhardde farao, omdat Hij farao wilde gebruiken om Zijn kracht te tonen en Zijn Naam verkondigd zou worden op de hele aarde. Farao weerstond Gods wil toen God zei dat farao Zijn volk moest laten gaan en farao dit weigerde, maar Gods (verborgen) bedoeling, Gods intentie, weerstaat niemand. Vandaar de retorische vraag: want wie heeft Zijn raadsbesluit weerstaan? Niemand natuurlijk!

Ook farao, die Gods volk niet wilde laten gaan, en dus inging tegen Gods wil, past perfect in Gods plan, in Zijn bedoeling. We lezen zelfs dat God van tevoren tegen Mozes zegt dat farao niet zal luisteren en dat God Zelf, farao’s hart zou verharden (Ex. 4:21). God wilde in farao Zijn kracht tonen en gebruikte hem hiervoor.
Farao werd door God verhard (Ex. 9:12). Sterker nog: God veranderde de harten van alle Egyptenaren, zodat zij Zijn volk haatten (Ps. 105:25).

God werkt alles naar de raad van Zijn wil en God heeft alles gemaakt voor Zijn doel, voor Zijn plan. Ja, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads (Spr. 16:4).
Waarom?

Romeinen 11
32 Want God heeft hen allen [letterlijk: de allen] onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen [letterlijk: de allen] zou barmhartig zijn.
(…)
36 Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen (SV).

God wil dat alle mensen gered worden (1 Tim. 2:6) en Hij verklaart dat Hij de levende God is die Redder IS van alle mensen! (1 Tim. 4:10). Alles is namelijk uit Hem, door Hem en tot Hem!