uit Hem, door Hem en tot Hem

Paulus is een schrijver die soms lange zinnen en tussenzinnen gebruikt. Hij had zoveel te melden dat hij niet uitgesproken raakt. Toch maakt hij ook in zijn brieven enkele zeer korte en krachtige statements. De kortste zin, waarin hij het meeste zegt, is misschien wel Romeinen 11:36:

36 Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen.

In een paar woorden beschrijft Paulus Wie de bron van alles is, door Wie alles in stand wordt gehouden en Wie het doel is van alles. Met andere woorden:  het ontstaan, bestaan en voortbestaan van alles, is uit, door en tot Hem. Hij is de God die hiervoor garant staat.

Een soortgelijke opbouw vinden we in Kolossenzen 1, waar Paulus dit ook beschrijft:

Uit Hem (ontstaan):

15 Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping,
16 want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn (…)

Door Hem (bestaan):

17 en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem.

Tot Hem (voortbestaan):

20 en door Hem, vrede makend door het bloed van zijn kruis, alle dingen weder met Zich te
verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.

Wat in deze verzen in de NBG vertaling vertaald is met alle dingen is het Griekse ta panta. Dat betekent letterlijk: het al, het heelal. God is de Schepper van alles. Hij heeft het heelal gemaakt, houdt het heelal in stand en heeft een geweldig doel met het heelal. Daarvan is niets uitgezonderd.
Het vervolg van Romeinen 11:36 zegt dan ook:

(…) Hem zij de heerlijkheid tot in de aeonen!