In vers 1 kregen we een algemene beschrijving van de hoofdpersonen, met hun veelzeggende afkomst. In het volgende vers worden hun namen genoemd. In het Hebreeuws hebben namen een betekenis. Zo vertellen deze namen ons een verhaal.
Ruth 1
2 En de naam van de man was Elimelech en de naam van zijn vrouw was Naomi en de namen van zijn twee zonen zijn Machlon en Chiljon, Efrathieten uit Bethlehem in Juda. En zij kwamen in de velden van Moab en zij verbleven daar.
Elimelech
Elimelech betekent: Mijn God is koning. Een bijzondere naam, omdat Israël een Messias verwacht die Zijn Koninkrijk zal vestigen via Israël over de hele wereld. Doordat Israël Jezus als Messias verwierp, werd het volk terzijde gesteld en ging redding naar de natiën. Israël werd als volk geoordeeld en zij werden uit het land gezet.
In het volgende vers zien we dat Elimelech overlijdt. Het Koninkrijk werd van Israël weggenomen (Matth.21:43) en als natie zijn zij dood (Hos.6:1-2; Rom.11:15). Er zou een periode verstrijken, waarin Israël verstrooid zou zijn onder de volkeren, waarna het Koninkrijk via een gelovig Israël alsnog wereldwijd gevestigd zal worden (Hand.15:16; 3:21).
Naomi
Naomi betekent: liefelijk, aangenaam. Naomi is, samen met Elimelech, een uitbeelding van Israël. God heeft Israël lief (Jer.1:3) en het Joodse volk is Gods speciaal bezit (Ps.135:4). Israël wordt voorgesteld als een vrouw, die door God wordt geprezen om haar schoonheid (Ez.16:13-14).
Machlon en Chiljon
Dat namen in de bijbel betekenis hebben, blijkt wel uit de namen die Elimelech en Naomi aan hun kinderen gaven. De namen zijn een weergave van hun toestand. Machlon betekent: zwakte, ziekte, gekweld zijn en Chiljon betekent: wegkwijnen. Ze kregen deze twee zonen in een zware periode en hebben ze namen gegeven die daarbij passen. Het beschrijft de situatie van deze Joodse familie.
alleen aan Israël
De positie waarin zij zich bevinden staat in schril contrast met wat de plaatsnamen waar zij vandaan komen, doen vermoeden. Efratha betekent: vruchtbaarheid en Bethlehem betekent huis van brood. God had alleen aan Israël Zijn woorden toevertrouwd (Ps.147:19-20), opdat het volk vruchtbaar zou zijn en in overvloed en zegen zou leven, maar zij geloofden het niet.
Moab
De familie komt terecht in het buitenland, in Moab. Moab betekent: van mijn vader. Hij was de zoon van Lot, die uit incest was voortgekomen (Gen.19:16-17). De Moabieten waren dan ook een broedervolk van de Israëlieten, die beiden Terach als stamvader hadden (Gen.12:26-27).
Moab was Israël vaak vijandig gezind. Ze boden Israël geen hulp in de woestijn (Deut.23:3-4), probeerden Israël te vervloeken via Bileam (Num.22-24) en verleidden het volk tot hoererij en afgoderij (Num.25:1-2).
Toch komt in deze geschiedenis Ruth uit Moab, die zich afkeert van haar volk en hun goden, en met Naomi meegaat naar haar volk en haar God dient. Ruth wordt uiteindelijk opgenomen in de geslachtslijn van Jezus Christus (Matth.1:5). Zij is een voorbeeld van genade en hoe gelovigen uit de heidenen zich altijd hebben kunnen wenden tot de God van Israël.