Ruth 1:6-14 terugkeer in ongeloof

Nadat alle mannen zijn overleden, blijft Naomi over met haar twee schoondochters. Dan krijgt zij in het buitenland te horen dat er weer voedsel is in het land en besluit zij om terug te gaan naar Juda.

Ruth 1
6 En zij stond op met haar schoondochters en zij keerde terug vanaf de velden van Moab want zij hoorde in het veld van Moab dat JAHWEH naar Zijn volk had omgezien om aan hen brood te geven.
7 En zij ging uit van de plaats waar zij was. En haar twee schoondochters waren met haar en zij gaan op weg om terug te keren naar het land van Juda.

terugkeer vanuit de diaspora
In de terugkeer van Naomi en haar schoondochters kunnen we een uitbeelding zien van onze tijd, waarin een deel van het Joodse volk, en Jodengenoten (>proselieten), vanuit de verstrooiing, teruggaan naar het land. Na een periode van moeiten en lijden komen zij weer in Juda, maar zij zijn zonder Man en zonder Losser. Zoals Israël in deze tijd in ongeloof terugkeert naar het land.

8 En Naomi zei tot haar twee schoondochters: Gaat, keert terug, elk naar het huis van haar moeder. JAHWEH zal jullie goedertierenheid doen, zoals jullie deden met de doden en met mij.
9 JAHWEH zal aan jullie geven dat jullie elk een rustplaats vinden in het huis van haar man. En zij kuste ze en zij hieven hun stem op en zij huilden.

Naomi roept Orpa en Ruth op om terug te gaan naar ‘het huis van hun moeder’. Wij zouden zeggen: naar het moederland. Zij belooft hen dat God goed voor hen zal zijn, omdat zij goed waren voor hun mannen, die nu overleden zijn en zoals ze goed waren voor Naomi zelf. Het doet denken aan wat we lezen in Mattheüs 25, dat de volkeren beoordeeld zullen worden op hun houding ten opzichte van Israël (Matth.25:31-46).

10 En zij zeiden tot haar: Wij zullen met u terugkeren naar uw volk.
11 En Naomi zei: Keert terug, mijn dochters. Waarom zouden jullie met mij mee gaan? Heb ik nog zonen in mijn binnenste, die jullie tot mannen zouden zijn?
12 Keert terug, mijn dochters. Gaat, want ik ben te oud om een man toe te behoren. Wanneer ik al zou zeggen: Er is voor mij hoop, zelfs als ik vannacht bij een man ben, zelfs als ik zonen baarde,
13 zouden jullie wachten tot ze groot zijn geworden? Zou dat jullie er dan van weerhouden om een man te hebben? Zeker niet, mijn dochters, want het is voor mij veel bitterder dan voor jullie: de hand van JAHWEH is tegen mij uitgestrekt.
14 En zij hieven hun stem op en zij huilden opnieuw. En Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan.

aankleven
Orpa wordt wel eens verweten dat zij niet met Naomi mee wilde, maar we lezen hier juist dat ze dat wel van plan was. Het is door het aandringen van Naomi dat zij niet met haar meegaat naar het land. Ook in onze tijd zien we dat een (groot) deel van het Joodse volk niet teruggekeerd is naar het land. Ruth gaat wel mee. Haar naam betekent metgezel en er staat dat Ruth Naomi aankleefde (:14). Een woord dat vaak gebruikt wordt voor eenwording (Gen.2:24), dienstbaarheid en onderschikking (Deut.10:20).

de losser vergeten
Israël keert terug naar het land. Verbitterd (:13) door het lijden en verdriet dat zij hebben ondergaan in de verstrooiing. Zonder Man en zonder geloof. Naomi was niet in staat om nageslacht voort te brengen, maar er was een andere manier om het geslacht in stand te houden, die zij niet kende of vergeten was, die van de losser. Dat had zij kunnen weten, als ze het woord van God gekend had. Maar zij is een uitbeelding van het ongelovige Israël, dus kent zij de naaste bloedverwant, de losser niet.