Het verhaal in Ruth werkt toe naar het hoogtepunt. In hoofdstuk 1 volgde na alle verdriet en ellende die de familie was overkomen, een hoopvolle mededeling over het begin van de gersteoogst. In hoofdstuk 2 komt Ruth op de akker van Boaz te werken. In het nu volgende hoofdstuk 3 vindt er een bijzondere ontmoeting van Ruth en Boaz plaats op de dorsvloer. En in hoofdstuk 4 treedt Boaz op als losser en wordt het huwelijk tussen Boaz en Ruth gesloten. Samen laten deze gebeurtenissen diverse kanten van de verlossing van Israël zien.
Ruth 3
1 En Naomi, haar schoonmoeder, zei tegen haar: Mijn dochter, zou ik geen rust voor je zoeken, dat het je goed gaat?
2 Welnu, is Boaz niet onze verwant, bij wiens arbeidsters jij was? Zie, hij is vannacht op zijn dorsvloer de gerst aan het wannen.
3 Baad je en smeer je in met zalfolie en doe je kledingstukken aan en daal af naar de dorsvloer. Maar maak jezelf niet bekend aan de man, totdat hij zijn eten en drinken beëindigd heeft.
4 En als hij gaat neerliggen, en jij weet de plaats waar hij ligt, dan kom jij en ontbloot jij zijn voeten en ga jij liggen. En hij, hij zal jou vertellen wat je zal doen
5 En zij zei tot haar: Alles wat u tot mij zegt zal ik doen.
eigenaardig
Dit is een merkwaardig gedeelte. Naomi blijkt te weten dat Boaz die nacht op de dorsvloer gerst aan het wannen is, en ze geeft Ruth daarbij opmerkelijke aanwijzingen. We lezen niet hoe Naomi dit wist en evenmin waarom zij zulke, op het eerste gezicht, nogal vreemde instructies geeft.
manoach
Naomi zegt dat zij rust zoekt voor Ruth. In het Hebreeuws staat hier manoach – zo heette ook de vader van Simson (Richt.13:9). In de Tenach vinden we vele Schriftplaatsen waar gesproken wordt over een volk Israël dat in de toekomst onder leiding en bescherming van de Messias in rust en vertrouwen in het land zal wonen (Jer.33:16; Ez.38:11; Zach.14:11).
de rust ingaan
We vinden het woord manoach ook in Psalm 95:11. Het gedeelte waarin we dit vinden, wordt aangehaald in Hebreeën 3:7-11. Het heeft betrekking op het volk Israël in de woestijn, waarvan God een afkeer had, omdat zij zondigden (Hebr.3:17), ongehoorzaam waren (Hebr.3:18), en dus: vanwege hun ongeloof (Hebr.3:19). Daarom mochten zij het beloofde land niet binnengaan en zwierven zij veertig jaar door de woestijn. En aan wie anders zweert Hij dat zij niet in zijn rust zullen binnengaan, dan aan hen, die ongehoorzaam waren (Hebr.3:18)?
overblijfsel
Slechts twee van degenen die uit Egypte waren uitgeleid, gingen ook daadwerkelijk het beloofde land binnen: Jozua en Kaleb. De rest kwam om in de woestijn. Zoals Naomi en haar familie vanwege hongersnood in het buitenland verbleven en het grootste deel van de familie daar omkwam. Maar nu zijn Naomi en Ruth, als uitbeelding van het overblijfsel van Israël, terug in het land en zij gaan hun losser ontmoeten op de dorsvloer. Hij zal hen binnenbrengen in de rust.