Van de drie woorden die Paulus gebruikt voor verzoenen en verzoening hebben we inmiddels bij twee alle Schriftplaatsen besproken waarin zij voorkomen: katallage en katallasso. Het derde woord, apokatallasso, treffen we slechts driemaal aan, namelijk in de brieven aan de Efeziërs en de Kolossenzen.
de natiën zonder God en zonder Christus
In Efeze 2 richt Paulus zich tot gelovigen uit de natiën. Hij herinnert hen aan hun vroegere positie, toen Israël het uitverkoren volk was en zij door de Joden minachtend “de voorhuid” werden genoemd — dat wil zeggen: onbesnedenen (2:11). In die tijd waren zij “zonder Christus, vervreemd van het burgerrecht van Israël en gasten van de verbonden van de belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld” (2:12).
Paulus roept deze situatie in herinnering om het contrast te laten zien met het grote geheim dat hij vervolgens bekendmaakt.
Efeze 2
13 Maar nú, in Christus Jezus, zijn jullie, die eens veraf waren, dichtbij gekomen in het bloed van de Christus.
Met enkele pennenstreken tekent Paulus de positie van de natiën, bezien vanuit Israëls voorrechten als uitverkoren volk. Maar dat was verleden tijd. Veraf is nu dichtbij geworden. Niet doordat zij als proselieten bij Israël zijn ingelijfd, maar doordat zij door geloof in het evangelie van Paulus, zijn ingelijfd in Israëls Messias: één lichaam met Christus (1:23).
één met Christus
Israël zag uit naar haar Messias, maar toen Hij kwam, (h)erkenden zij Hem niet. Zij kruisigden Hem en vergoten Zijn bloed. Voor Israël is Hij dood en als natie werd het volk terzijde gesteld; zij zijn nu veraf.
Maar voor de gelovigen uit de natiën spreekt datzelfde bloed van Degene die stierf en werd opgewekt uit de dood en nu leeft aan Gods rechterhand. Zij zijn nu dichtbij en één gemaakt in het bloed van Christus.
14 Want Hij is onze vrede, die de beide één maakt en de middenmuur van de stenen omheining afbreekt: 15 de vijandschap in Zijn vlees.
De religieuze scheiding tussen Jood en heiden werd in de tempel zichtbaar gemaakt door de middenmuur (de soreq), die de voorhof van de natiën scheidde van het gedeelte dat uitsluitend toegankelijk was voor de besnedenen. De natiën stonden letterlijk en figuurlijk buiten — veraf.
vijandschap in Zijn vlees
Toen Jezus op aarde wandelde, in het vlees, bestond die kloof nog steeds. Elke keer dat Hij de tempel betrad, werd dit zichtbaar: Hij kon de tussenmuur passeren, de natiën niet. In het vlees was de vijandschap er nog.
Maar in geest is die tussenmuur nu afgebroken. Binnen het lichaam van Christus bestaat geen onderscheid meer tussen Jood en heiden. Afstamming speelt geen rol; evenmin heilige plaatsen, rituelen of hoogtijden (Gal. 4:10,25; Kol. 2:16). Een Jood is niet méér dan iemand uit de natiën. Christus is onze vrede: Hij brengt eenheid tot stand, met God én tussen gelovigen onderling.
15 (…) En Hij doet de wet van de voorschriften, die in officiële besluiten bestaat teniet, opdat Hij in zichzelf de twee tot één nieuwe mens zou scheppen, vrede makend.
Alles wat Jood en heiden van elkaar scheidde, is tenietgedaan. Besnijdenis, spijswetten, hoogtijden en dergelijke spelen in het lichaam van Christus geen enkele rol. Ook de wet heeft daar geen plaats. Religies kenmerken zich door rituelen, feestdagen en uiterlijke vormen; maar in de nieuwe mens heerst genade.
het onderwerp van de schaduwen
De nieuwe mens is één met Christus. Christus, als Hoofd met Zijn lichaam, is de werkelijkheid waarnaar de schaduwen verwijzen (Kol. 2:17). Daarom staan wij niet onder rituelen en bepalingen: zij wijzen vooruit naar Christus en de ecclesia. Ze gaan over ons!
16 en de beiden in één lichaam (geheel) zou verzoenen met God door het kruis, waarin Hij de vijandschap doodt.
Na deze aanloop komt Paulus expliciet bij het begrip verzoening. Hij gebruikt hier een ander woord dan eerder: apokatallasso. Het voorzetsel apo betekent vanaf. Een sluitend Nederlands gelijkwaardig begrip is moeilijk te vinden. Letterlijk zou men kunnen spreken van volledig of radicaal verzoenen. Sommige concordante vertalingen kiezen voor wederzijds verzoenen.
De gedachte is duidelijk: niet alleen de mens wordt met God verzoend, maar ook mensen onderling worden in vrede samengebracht. In deze context gaat het in de eerste plaats om de verhouding tussen Jood en heiden. Alles wat vijandschap veroorzaakte, is weggenomen.
eenheid en vrede
Ook hier blijkt dat verzoening het opheffen is van vijandschap en vervreemding. Verzoenen betekent: eenheid tot stand brengen en vrede maken. Door het kruis doodt God de vijandschap. De wereld kruisigde de Zoon van God — en God antwoordt daarop door de wereld leven te geven, doordat Hij Zijn Zoon opwekt om de dood te overwinnen en uiteindelijk zelfs de dood teniet te doen. Zo bewijst God Zijn liefde!