5. wat is (al)verzoening?  verzoend door de dood van Zijn Zoon

Het woord verzoening vinden we uitsluitend bij de apostel Paulus. Wanneer we eenvoudig lezen wat hij hierover schrijft, wordt de betekenis helder en kunnen we ook het begrip alverzoening correct duiden. Paulus gebruikt hiervoor drie nauw verwante woorden: katallagē (G2643), katallassō (G2644) en apokatallassō (G604).

In Romeinen 5 lezen we:

Romeinen 5
10 Want indien wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend werden door de dood van zijn Zoon, veel meer dan zullen wij, wanneer wij verzoend worden, gered worden in zijn leven.
11 En dát niet alleen, maar wij roemen ook in God door onze Heer Jezus Christus, door wie wij nu de verzoening ontvingen.

vrede
Dit hoofdstuk opent met de verklaring dat “wij, die gerechtvaardigd zijn uit geloof, vrede naar God toe hebben door onze Heer Jezus Christus” (5:1). Later zullen we bevestigd zien dat vrede voortkomt uit verzoening. Verzoenen beschrijft de daad; vrede beschrijft de toestand en het gevolg daarvan. Vijandschap heeft plaatsgemaakt voor harmonie.

Christus stierf voor goddelozen (5:6) en Hij stierf voor ons toen wij nog zondaren waren (5:8). Daarmee wordt duidelijk dat het onjuist is dat Christus slechts voor een beperkte groep uitverkorenen gestorven zou zijn, zoals in sommige kringen wordt geleerd. Evenmin is het bijbels om te zeggen: “Jezus is voor jou gestorven en wordt jouw Redder wanneer jij Hem persoonlijk aanneemt.” Nee, Hij stierf en werd opgewekt voor allen (2 Kor. 5:14–15) en is daarom ook de Redder van alle mensen (1 Tim. 4:10).

vijanden worden verzoend
Romeinen 5:10 leert ons twee fundamentele zaken. Allereerst dat wij vijanden waren op het moment dat wij met God verzoend werden. Dat betekent dat verzoening per definitie een verandering van vijandschap inhoudt. Het woord katallagē komt tweemaal in dit vers voor en is opgebouwd uit de elementen kata (neerwaarts, volledig) en allassō (veranderen). Het voorzetsel kata heeft hier een versterkende en voltooiende werking. Verzoening is dus een volledige en definitieve verandering: vijandschap wordt omgezet in vrede.

door Zijn dood
Het tweede wat het vers leert, is dat wij met God verzoend werden door de dood van Zijn Zoon. Het middel waardoor God de mens met Zich verzoent, is de kruisdood van Zijn Zoon. De kruisiging van Jezus Christus was het ultieme bewijs van de vijandschap van deze wereld tegen God. Maar God bewijst Zijn liefde voor de mensheid, door Zijn Zoon, die door de wereld vermoord werd, drie dagen later op te wekken en diezelfde vijandige wereld daardoor het leven te geven!

Het kruis bewijst Gods liefde voor goddelozen (5:6), voor zondaren (5:8) en voor vijanden (5:10). Daarom is het dat wij met God verzoend werden door de dood van zijn Zoon. Door het kruis verandert God Zijn vijanden in verzoenden, in vrienden en in liefhebbers.

veel meer
Als de dood van Zijn Zoon al zo’n krachtig effect heeft, hoeveel te meer moet dan niet het opstandingsleven van Christus bewerken (5:10). Christus is door God opgewekt in leven dat sterker is dan de dood. Dat leven is bij machte om allen die verzoend zijn, daadwerkelijk te redden. De opstanding en levendmaking van de Zoon is daarom de garantie dat ieder mens uit de dood zal worden gered en onvergankelijk leven zal ontvangen (1 Kor.15:22).

roemen
Paulus had eerder in dit hoofdstuk al gezegd dat wij roemen in de hoop van de heerlijkheid van God (5:2). Sterker nog, wij roemen zelfs in verdrukkingen, omdat die onze hoop versterken en uitwerken (5:3–4). Maar dat niet alleen, zegt hij vervolgens in Romeinen 5:11: wij roemen ook in God. God is Degene die ons verzoent en ons van vijanden heeft veranderd in liefhebbers.

God hoefde niet met de mens verzoend te worden. Hij is nooit een vijand van de mens geweest, maar heeft de wereld lief. Evenmin verzoent de mens zichzelf met God. Nee, het is God die de mens met Zich verzoent, omdat Hij ons liefheeft. Verzoening is volledig Gods werk.

overweldigd
Paulus was zelf een grote vijand geweest en wist daarom heel goed waarover hij sprak. In blinde razernij (Hand 9:1) had hij de Zoon van God vervolgd (Hand.9:4). Maar Gods liefde en genade hadden hem overweldigd (1 Tim.1:14). In één moment werd hij van een lasteraar, vervolger en vijand, veranderd in een liefhebber van Christus Jezus. Niet door zijn eigen keuze, integendeel. Paulus werd overtuigd — onontkoombaar en onomkeerbaar!