8. wat is uitverkiezing? de ecclesia: waartoe uitverkoren? (1)

In de vorige blog zagen we waarom de ecclesia is uitverkoren. De oorzaak van onze uitverkiezing ligt niet in onszelf, maar in God. Hij kiest niet wat in de ogen van de wereld wijs, sterk en aanzienlijk is, maar juist het dwaze, zwakke en onedele. Daarmee stelt Hij alles wat in deze wereld hoog staat aangeschreven te kijk. Maar daarmee is nog niet alles gezegd. Want uitverkiezing heeft niet alleen een oorzaak, maar ook een doel. Waartoe heeft God de ecclesia uitverkoren?

Ook voor onze uitverkiezing geldt dat zij niet ten koste gaat van anderen. Integendeel, wij zijn uitverkoren opdat God via ons de rest van Zijn schepping zal zegenen. Paulus maakt dat bekend in Efeze 1.

Efeze 1
3 Gezegend de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons zegent in alle geestelijke zegen in de hemelen in Christus.

alle
Let goed op wat hier staat. Wij zijn gezegend met alle geestelijke zegen in de hemelen in Christus. Niet zoals de NBG vertaling zegt, met “allerlei”, maar met “alle”. Wat Paulus vervolgens doet, is uiteenzetten waaruit deze zegeningen bestaan.

4 Zoals Hij ons uitgekozen heeft in Hem, vóór de grondlegging van de wereld, om heilig en smetteloos te zijn voor Zijn aangezicht, in liefde.

eerste geestelijke zegening
De eerste zegening die hij noemt, is onze uitverkiezing. We zijn uitverkoren in Hem, vóór de grondlegging van de wereld. Wij zijn uitverkoren voordat wij geboren waren of iets goeds of kwaads hadden gedaan, zoals ook van Jakob wordt gezegd (Rom. 9:11). Onze uitverkiezing lag al vast voordat de wereld haar begin had.

Hij stelt ons “heilig en smetteloos voor Zijn aangezicht”. Dat is niet iets dat wij moeten worden, maar wat wij zijn. Ook dit is Gods werk.

4 …in liefde
5 ons tevoren bestemmend tot zoonstelling, door Christus Jezus, tot in Hem, naar het welbehagen van Zijn wil.

in liefde
Of “in liefde” hoort bij de afsluiting van vers 4 of bij het begin van vers 5 is niet duidelijk. Maar we hoeven niet te kiezen, want beide zijn waar. God heeft ons uitgekozen “in liefde”, zegt vers 4. We zouden hier misschien eerst denken aan Zijn liefde voor ons. Maar dan denken we te klein, uitverkiezing houdt immers altijd verband met Gods goedheid voor het geheel. Uit het vervolg blijkt dat deze uitverkiezing uiteindelijk verband houdt met Gods liefde voor heel Zijn schepping.

Datzelfde geldt voor de volgende zegening die Paulus noemt. God heeft ons in liefde tevoren bestemd tot “zoonstelling”. Een zoon is in de bijbel een erfgenaam of beter gezegd: een lotbezitter.

lotbezitter
Een lotbezitter is iemand die de positie van erfgenaam ontvangt (Rom. 8:17; Gal. 3:29) en deelt in het bezit van de Vader. Dit sluit mooi aan bij het begrip uitverkiezing, omdat uitverkorenen, net als lotbezitters, worden aangewezen in overeenstemming met Gods uitverkiezend handelen (Rom. 9:11; 11:5). Een lot wordt immers niet verdiend of gekozen, maar toegewezen. Het benadrukt dat het lotsdeel voortkomt uit Gods keuze en toedeling.

zoonstelling
Onze zoonstelling betreft de positie waarin wij in de toekomst zullen worden geplaatst. Wij zullen met Christus delen in Zijn heerschappij over hemelen en aarde. God heeft alle dingen onderworpen aan Zijn Zoon (1 Kor. 15:27-28; Hebr. 2:8) en de ecclesia deelt hierin. Wij zijn samen-lotbezitters van Christus (Rom. 8:17).

Deze zoonstelling wordt werkelijkheid bij “de verlossing van ons lichaam” (Rom. 8:23). Tot die tijd zijn wij verzegeld met de heilige geest van de belofte, die een onderpand is van ons lotbezit (Ef. 1:13-14). Daarom wordt de geest in Romeinen 8:15 genoemd: “de geest van de zoonstelling”.

Als wij deze positie ontvangen zullen wij met Christus, als Hoofd en lichaam, de hele schepping gaan bevrijden van de slavernij van de vergankelijkheid.

Romeinen 8
19 Want het reikhalzend uitzien van de schepping wacht op de onthulling van de zonen van God.
20 (…) op hoop
21 dat ook de schepping zelf vrijgemaakt zal worden van de slavernij van de vergankelijkheid…

tot zegen van de hele schepping
De ecclesia is niet uitverkoren als einddoel op zichzelf. De schepping wacht op de onthulling van de zonen van God, omdat God door hen heen bevrijding en heerlijkheid aan de rest van de schepping zal geven. Romeinen 8:19-21 laat zien dat de uitverkiezing van de ecclesia uiteindelijk een doel heeft dat veel verder reikt dan alleen de ecclesia zelf: de hele schepping!

In de volgende blog zullen we zien dat Paulus hetzelfde leert in Efeze 1.