3. betekent eeuwig in de Bijbel eindeloos? een aion is een tijdperk

Het Griekse woord aion betekent tijdperk en zou daarom ook consequent zo moeten worden weergegeven. Vertalingen met woorden als wereld of eeuwigheid zijn onjuist en kunnen geen consequente weergave van aion zijn.

Dat vertalers zich hiervan bewust zijn geweest, blijkt uit het feit dat zij dit woord, afhankelijk van hun interpretatie van de context, op uiteenlopende manieren hebben vertaald. Maar een woord kan niet worden vertaald op basis van de betekenis die men zelf aan de context toekent. Juist de betekenis van de woorden is nodig om die context te verstaan! Een concordante, dat wil zeggen consequente vertaling, vereist daarom dat aion overal met aeon wordt weergegeven.

toekomende aeonen
De Schrift spreekt expliciet over een toekomende aeon (Ef.1:21) en zelfs over toekomende aeonen (Ef.2:7). Het gaat daarbij om nog komende tijdperken, elk met een begin en een einde.

De vertaling eeuwigheid voor het woord aion is daarom misleidend.

eeuwige tijden
In dit verband is het bijzonder interessant dat de Bijbel meerdere malen spreekt over “eeuwige tijden” en zelfs over “vóór eeuwige tijden”. Deze uitdrukkingen stroken niet met de gangbare opvatting van het begrip “eeuwig”. Hoe kan er immers sprake zijn van een tijd vóór eeuwige tijden, als “eeuwig” zou betekenen: zonder begin en zonder einde? En hoe kunnen tijden zelf “eeuwig” zijn? Het begrip tijden staat in het meervoud en veronderstelt per definitie een opeenvolging van onderscheiden tijdperiodes.

Romeinen 16 GES
25 Aan Hem nu, die bij machte is jullie standvastig te maken – naar mijn goede bericht en de proclamatie van Christus Jezus, naar de onthulling van een geheim, in aeonische tijden verzwegen…

aeonen verzwegen
Dit is een lange zin, die hier bovendien nog niet is afgerond. Paulus spreekt over het geheimenis, of de verborgenheid, welke hij mocht bekendmaken. Dat geheim was tot dan toe verborgen gebleven en in alle voorgaande tijdperken niet geopenbaard. De Statenvertaling vertaalt hier met de tijden der eeuwen. Dat geeft de strekking goed weer, maar in de grondtekst staat het bijvoeglijk naamwoord aionios, afgeleid van aion: aeonisch. Letterlijk gaat het dus om aeonische tijden.

Titus 1 NBG
2 in de hoop des eeuwigen levens (aeonische leven), dat God, die niet liegt, voor eeuwige (aeonische) tijden beloofd heeft.

Ook hier is sprake van aeonische tijden. Het gaat om wereldtijdperken die elkaar opvolgen. Het aeonische leven is het leven van de toekomende aeon (Marc.10:30; Luk.18:30). Daarover later meer.

2 Timotheüs 1 NBG
8 (…) God,
9 die ons behouden heeft en geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en de genade, die ons in Christus Jezus gegeven is voor eeuwige (aeonische) tijden.

nietszeggend
Wanneer onze vertalingen spreken over “eeuwige tijden”, blijft dat begrip vaag en weinig zeggend. Lezen we echter “aeonische tijden”, dan wordt het concreet. We zien dan dat de Bijbel uitgaat van een opeenvolging van onderscheiden tijdperken.