In de Schrift komen meerdere uitdrukkingen voor die het woord aionios bevatten, het bijvoeglijk naamwoord van aion. Door een onjuiste lezing of vertaling van deze teksten, ontstaat een hopeloos beeld, omdat het tijdperk-gebondene dan wordt opgevat als eindeloos.
eeuwig vuur, straf en oordeel
Een voorbeeld van zo’n uitdrukking is “eeuwig vuur” (Matth.18:8; 25:41; Judas vers 7). Een andere vinden we in Mattheüs 25:46, waar de Statenvertaling spreekt over “eeuwige pijn” en de NBG over “eeuwige straf”. Letterlijk wordt hier echter gesproken over aeonische tuchtiging. Verder noemt Hebreeën 6:2 nog een “eeuwig oordeel”. In de vertalingen krijgt dit alles het karakter van een hopeloos en eindeloos gebeuren, terwijl de gedachte juist is dat het tijdperk-gebonden en daarmee tijdelijk is.
Wat met “eeuwig vuur” wordt bedoeld, kunnen we het beste bezien aan de hand van Judas vers 7.
Judas NBG
7 zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, (…) daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur.
hersteld
Er wordt hier gesproken over “eeuwig vuur”, terwijl we weten dat het vuur waarmee Sodom en Gomorra geoordeeld werden allang niet meer brandt. De steden liggen daar als voorbeeld onder een straf van aeonisch vuur. Het vuur zelf is gedoofd, maar in het gebied rond de Dode Zee zijn de gevolgen van dat oordeel nog steeds zichtbaar.
Tegelijk betekent dit niet dat aan deze situatie van Sodom en Gomorra nooit een einde zal komen. Zij dienen als een toonbeeld voor de duur van deze aeon. De Schrift spreekt er zelfs over dat zij in de toekomst zullen “terugkeren tot hun vroegere staat” en hersteld zullen worden in de heerlijkheid die zij eens hadden (Ez. 16:55).
eeuwige straf?
In Mattheüs 25:46 worden de onrechtvaardigen tegenover de rechtvaardigen geplaatst. De rechtvaardigen gaan het aeonische leven binnen, de onrechtvaardigen de aeonische straf. Het woord dat hier wordt gebruikt, betekent letterlijk tuchtiging. Volgens de Studiebijbel kan het ook de betekenis hebben van knotten of snoeien: een maatregel met een opvoedkundig en corrigerend karakter. Een eindeloze straf of tuchtiging kan per definitie niet opvoedkundig zijn, zij mist elk doel. Gods handelen daarentegen is nooit doelloos. Het doel missen is juist de kernbetekenis van wat zonde is.
(doel)gericht
Hetzelfde geldt voor Hebreeën 6:2, waar gesproken wordt over een aeonisch oordeel. De tekst licht dit begrip niet verder toe, maar noemt het slechts als onderdeel van de eerste beginselen. In de Schrift is oordeel echter altijd gericht, met het oog op herstel en rechtzetting. Wanneer “eeuwig oordeel”, “eeuwig vuur” of “eeuwige straf” wordt opgevat als eindeloos, wordt niets rechtgezet en verliest het oordeel zijn wezenlijke betekenis.