Richteren 8:1-3 meer dan overwinnaars

We komen nu in het laatste hoofdstuk van de geschiedenis van Gideon en dit gedeelte is nogal onbekend. De strijd is gestreden en we vinden een beschrijving van de nasleep op de overwinning, een soort epiloog. Misschien dat dit de reden is dat het weinig wordt gelezen. Maar ook dit hoofdstuk zit, net als de voorgaande, vol typologische verwijzingen.

Richteren 8
1 En de mannen van Efraïm zeiden tot hem: Wat is deze zaak die u tegen ons heeft gedaan, om niet tot ons te roepen toen u tegen Midian ging vechten? En zij twistten hevig met hem.
2 En hij zei tot hen: Wat heb ik nu gedaan vergeleken met jullie? Zijn de oogstresten van Efraïm niet beter dan de wijnoogst van Abi-Ezer?
3 In jullie hand gaf God de oversten van Midian, Oreb en Zeëb, en wat heb ik in vergelijking met jullie kunnen doen? Toen ontspande hun geest tegen hem, toen hij dit woord sprak.

eerstgeboorterecht
De mannen van Efraïm voelen zich gepasseerd door Gideon, omdat hij hen niet had opgeroepen voor de strijd. Efraïm was een belangrijke stam, omdat aan Efraïm de eerstgeboortezegen werd gegeven (Genesis 49). In de Bijbel is “Efraïm” dan ook vaak de aanduiding van heel het tienstammenrijk, genoemd naar de meest prominente stam. Efraïm had onder de stammen van Israël een voorrangspositie en nu verwijten zij Gideon dat hij hen niet heeft opgeroepen voor de strijd, die leidde tot de overwinning.

een zacht antwoord
Gideon antwoord hen met vriendelijkheid. Wij kennen de uitdrukking: “met honing vangt men meer vliegen dan met azijn” en ook in de Schrift vinden we iets soortgelijks: “een zacht antwoord keert de grimmigheid af” (Spr.15:1). Gideon geeft de mannen van Efraïm een compliment en dat zorgt ervoor dat zij kalmeren.

overwinning
De Efraïmieten hadden de twee vorsten van de Midianieten gevangen en gedood. Gideon, die uit het geslacht van Abi-Ezer was (6:11), zegt: “Zijn de oogstresten van Efraïm niet beter dan de wijnoogst van Abi-Ezer?” Hiermee doelt Gideon op wat Efraïm aan het einde van de strijd heeft gedaan, namelijk het onderscheppen en doden van de Midianitische leiders Oreb en Zeëb (Richt.7:24–25). Gideon zegt dat dit meer is dan zijn eigen prestatie. Gideon heeft de strijd gestreden, maar wat Efraïm ten deel viel, was de complete overwinning op de vijand.

volheid van natiën
Toen Jakob aan zijn kleinzoon Efraïm de eerstgeboortezegen gaf, zei hij daarbij dat Efraïm tot een volheid van natiën zou worden (Gen.48:19). Vele eeuwen later werden de tien stammen (Efraïm) weggevoerd in Assyrische ballingschap. Nog weer later keerde een zeer klein deel terug en ging wonen in Juda. Het merendeel van Efraïm kwam echter nooit terug en verdween onder de natiën. Juist daar kwam later via Paulus het evangelie terecht en Paulus noemt in dat verband de eerstgeboortezegen van Efraïm, en spreekt van de volheid van de natiën (Rom.11:25).

overwinning
Het zou in dit verband te ver voeren om dit onderwerp verder uit te werken. Voor nu volstaat de vaststelling dat Efraïm een type is van de gelovigen uit de natiën: de ecclesia, het lichaam van Christus. In Hem zijn wij meer dan overwinnaars! Evenals deze mannen van Efraïm delen in de overwinning van Gideon, zonder dat zij daar zelf voor hoefden te strijden.

Romeinen 8
37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons liefheeft.