10. de twee en tien stammen van Israël: Efraïm en de volheid van de natiën

In de vorige blogs hebben we gezien dat de Schrift geen ruimte laat voor de gedachte dat de tien stammen vandaag nog als herkenbaar volk bestaan. Het grootste deel van het tienstammenrijk ging op in de natiën en verloor zijn Israëlitische identiteit. Vanaf de terugkeer onder Kores spreekt de Schrift weer over één Israël.

Toch is er nog een onderwerp dat aandacht verdient. Het betreft Efraïm, de stam die binnen het tienstammenrijk de belangrijkste plaats innam. Over Efraïm worden namelijk woorden uitgesproken die later opvallend terugkeren in de Romeinen brief.

het eerstgeboorterecht
Wie het boek Genesis leest, merkt al snel dat het eerstgeboorterecht een belangrijke rol speelt. Opmerkelijk genoeg gaat dit voorrecht meestal niet naar degene die als eerste geboren werd.

Izak ontvangt de zegen in plaats van Ismaël.
Jakob ontvangt de zegen in plaats van Ezau.

En ook bij de zonen van Jozef wordt de volgorde omgekeerd. Wanneer Jakob aan het einde van zijn leven Manasse en Efraïm zegent, legt hij zijn rechterhand op het hoofd van Efraïm, hoewel deze de jongste van de twee is.

Genesis 48 ISA
19 (…) En niettemin zal zijn jongere broeder (=Efraïm) groter zijn dan hij, en zijn zaad zal een volheid van natiën worden.

Efraïm ontvangt de hoogste zegen en daarmee het eerstgeboorterecht.

Efraïm en het tienstammenrijk
Later wordt het koninkrijk van Israël verdeeld in twee delen. Het zuidelijke rijk wordt Juda genoemd. Het noordelijke rijk wordt meestal Israël genoemd, maar ook regelmatig Efraïm, naar de belangrijkste stam van het rijk.

Wanneer de profeten spreken over Efraïm, bedoelen zij daarom vaak het gehele tienstammenrijk. Dat tienstammenrijk werd uiteindelijk weggevoerd naar Assyrië. Slechts een klein deel keerde later terug naar het land. Het grootste deel ging op in de natiën en verloor zijn Israëlitische identiteit. Daarmee werden Jakobs woorden op bijzondere wijze werkelijkheid. Het tienstammenrijk verdween grotendeels onder de natiën en zo kreeg de uitspraak over Efraïm een opmerkelijke vervulling.

de volheid van de natiën
Wanneer Paulus in Romeinen 11 schrijft over Israëls tijdelijke verharding, gebruikt hij een opvallende uitdrukking.

Romeinen 11 ISA
25 Want, broeders, ik wil niet dat jullie onwetend zijn van dit geheim (opdat jullie niet eigenwijs zouden zijn) dat een gedeeltelijke verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de natiën binnen zal komen.

Hoewel Paulus Genesis 48:19 niet letterlijk citeert, ligt een verwijzing naar deze passage voor de hand. Dat blijkt vooral uit de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament die in de dagen van Paulus veel werd gebruikt. Daar wordt vrijwel dezelfde woordcombinatie gebruikt als in Romeinen 11:25.

De combinatie van “volheid” en “natiën” is te specifiek om toevallig te zijn. Voor Paulus, die de Schriften van jongs af aan kende, zal Jakobs zegen over Efraïm hebben meegeklonken. Dat roept de vraag op waarom Paulus juist deze uitdrukking gebruikt.

wat betekent volheid?
Het woord “volheid” komen we al eerder tegen in Romeinen 11.

Romeinen 11 ISA
12 En indien hun (=Israëls) misstap de rijkdom van de wereld is en hun vermindering de rijkdom van de natiën, hoeveel te meer hun volheid!

Paulus stelt daar Israëls huidige tekort tegenover Israëls toekomstige volheid. Met “volheid” bedoelt hij het moment waarop Gods bedoeling met Israël gerealiseerd zal zijn. Op vergelijkbare wijze spreekt de “volheid van de natiën” over het moment waarop Gods huidige handelen onder de natiën voltooid zal zijn.

waarom verwijst Paulus naar Efraïm?
Toch blijft de vraag staan waarom Paulus juist deze woorden gebruikt. Hij had ook eenvoudig kunnen spreken over het volledige aantal gelovigen uit de natiën. Maar hij kiest voor een uitdrukking die direct herinnert aan Jakobs woorden over Efraïm. Dat lijkt geen toeval.

Efraïm ontving het eerstgeboorterecht.
Efraïm werd later de belangrijkste stam van het tienstammenrijk.

De tien stammen verdwenen vervolgens onder de natiën en verloren hun Israëlitische identiteit. Zo werd Efraïm niet langer onderscheiden van de volkeren, maar ging het daarin op. Tegen die achtergrond krijgen Jakobs woorden over een “volheid van natiën” een bijzondere betekenis.

Dat betekent niet dat de natiën Israël zijn geworden. Ook betekent het niet dat de ecclesia bestaat uit de verloren tien stammen. In de vorige blogs zagen we juist dat Paulus onderscheid blijft maken tussen Israël en de natiën. Maar de verbinding die Paulus legt met Genesis 48 is daarom niet minder bijzonder.

genade
Dit werpt een bijzonder licht op Gods handelen. Efraïm ontving ooit het eerstgeboorterecht, maar verdween later onder de natiën. Het tienstammenrijk verloor zijn identiteit en ging op in de volkeren. Daarmee kwam het op dezelfde plaats terecht als alle andere natiën.

Juist onder die natiën verzamelt God vandaag een volk voor Zijn naam. Niet op grond van afkomst, nationaliteit of rechten, maar uitsluitend op grond van Zijn genade.

Dat maakt de verwijzing naar Efraïm des te opmerkelijker. Degene die ooit het eerstgeboorterecht ontving, verdween onder de natiën. En juist onder die natiën roept God vandaag mensen tot Zich en geeft hen de hoogst denkbare positie.

een verborgenheid
Paulus noemt dit een geheimenis of verborgenheid. Israël is tijdelijk verhard. Intussen verzamelt God uit de natiën een volk voor Zijn naam. Pas wanneer de volheid van de natiën is binnengekomen, zal God Zijn handelen met Israël weer op de voorgrond plaatsen. Dat juist in dat verband woorden worden gebruikt die herinneren aan Efraïm en zijn eerstgeboorterecht, is opmerkelijk.

conclusie
Jakob sprak over Efraïm dat zijn nageslacht een volheid van natiën zou worden. Eeuwen later spreekt Paulus over de volheid van de natiën wanneer hij Gods huidige handelen onder de volkeren beschrijft.

Dat betekent niet dat de natiën de verloren tien stammen zijn. In de vorige blogs zagen we dat de Schrift onderscheid maakt tussen Israël en de natiën en nergens spreekt over een verborgen Israëlitische identiteit van de volken.

Juist daarin schuilt misschien ook de aantrekkingskracht van de leer van de verloren tien stammen. Er zijn duidelijke overeenkomsten tussen de geschiedenis van Efraïm en Gods huidige handelen onder de natiën. Maar overeenkomsten maken twee zaken nog niet identiek. Dat Efraïm vooruitwijst naar Gods huidige handelen, betekent nog niet dat de ecclesia uit Efraïm bestaat. De Schrift maakt onderscheid tussen de voorafschaduwing en de vervulling.

Wel is het opmerkelijk dat Paulus juist woorden gebruikt die herinneren aan Jakobs zegen over Efraïm. Efraïm ontving het eerstgeboorterecht, werd later het belangrijkste deel van het tienstammenrijk en ging uiteindelijk op in de natiën. Tegen die achtergrond krijgt de uitdrukking “de volheid van de natiën” een extra lading.