In de vorige blogs zagen we dat onder koning Kores vertegenwoordigers van alle twaalf stammen terugkeerden naar het land. Hoewel het slechts een klein deel van het volk was, vertegenwoordigde het heel Israël. Vanaf die tijd spreekt de Schrift weer over één Israël.
Toch wordt vaak gewezen op Ezechiël 37. In deze profetie wordt immers gesproken over Juda en Efraïm die weer één worden. Sommigen zien hierin een aanwijzing dat de tien stammen vandaag nog als afzonderlijk volk bestaan. Maar wat zegt Ezechiël eigenlijk?
voor de terugkeer
Belangrijk om in dit verband te weten, is dat Ezechiël deze woorden sprak tijdens de Babylonische ballingschap, nog voordat de terugkeer onder Kores had plaatsgevonden. Zijn profetie ziet uit naar een toekomst waarin Juda en Israël weer één zullen zijn.
twee stukken hout
De profeet Ezechiël krijgt de opdracht twee stukken hout te nemen.
Ezechiël 37 HSV
16 En u, mensenkind, neem een stuk hout voor uzelf en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de Israëlieten, zijn metgezellen. Neem dan een ander stuk hout en schrijf daarop: Voor Jozef, het stuk hout van Efraïm, en van heel het huis van Israël, zijn metgezellen.
17 Breng ze dan bij elkaar, het ene bij het andere, tot één stuk hout, zodat ze in uw hand één worden.
18 Als dan uw volksgenoten tegen u zeggen: Wilt u ons niet vertellen wat deze dingen voor u betekenen?
19 Spreek dan tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het stuk hout van Jozef nemen, dat zich in de hand van Efraïm bevindt, en van de stammen van Israël, zijn metgezellen, en Ik zal het bij het stuk hout van Juda voegen, en Ik zal ze tot één stuk hout maken. Ze zullen in Mijn hand één worden.
20 Die stukken hout, die u beschreven hebt, moeten voor hun ogen in uw hand zijn.
De betekenis is duidelijk. Het ene stuk hout staat voor Juda, het tweestammenrijk. Het andere stuk hout staat voor Efraïm, het tienstammenrijk. Sinds de dagen van Rehabeam en Jerobeam was het koninkrijk verdeeld geweest. Juda vormde een eigen koninkrijk en de tien stammen vormden een ander koninkrijk. Maar God maakt bekend dat deze verdeeldheid niet blijvend zal zijn.
Ezechiël moet beide stukken hout samenvoegen tot één stuk hout in zijn hand. Het is een uitbeelding van wat God met Zijn volk zal doen.
God geeft Zelf de uitleg
De betekenis van de twee stukken hout hoeven we niet zelf in te vullen. God geeft Zelf de uitleg.
21 En spreek tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik ga de Israëlieten nemen uit de heidenvolken waarheen zij gegaan zijn. Ik zal hen van rondom bijeenbrengen en hen naar hun land brengen.
Opvallend is de volgorde. Eerst verzamelt God Israël uit de natiën. Daarna brengt Hij hen terug naar hun land. Pas vervolgens maakt Hij hen tot één volk onder één Koning (:22). De nadruk ligt daarbij niet op de vraag waar de stammen zich bevinden, maar op het herstel van Israël als één volk en één koninkrijk.
één volk
Vervolgens zegt God:
22 Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen van Israël.
Het doel van de verzameling is duidelijk. Niet twee volken. Niet twee koninkrijken. Maar één volk. Dat sluit aan bij wat we in eerdere blogs zagen. Na de terugkeer uit de ballingschap spreekt de Schrift niet meer over twee stammen tegenover tien stammen, maar over één Israël. Toch is daarmee nog niet alles gezegd.
meer dan de terugkeer onder Kores
Sommigen menen dat deze profetie reeds vervuld werd bij de terugkeer onder Kores. Het is waar dat toen vertegenwoordigers van heel Israël terugkeerden naar het land. De scheiding tussen twee stammen en tien stammen speelde vanaf dat moment geen rol meer. Maar Ezechiël spreekt over meer dan dat.
Het teruggekeerde volk vormde namelijk geen zelfstandig koninkrijk. Het stond meestal onder vreemde overheersing en had bovendien geen koning uit het huis van David op de troon.
De situatie die Ezechiël beschrijft is daarom groter dan de terugkeer onder Kores. Zij ziet uit naar het toekomstige herstel van Israël onder de Messias.
één koning
De profetie gaat verder:
22 (…) Zij zullen allen één koning als koning hebben. Zij zullen niet langer als twee volken zijn, en niet langer nog in twee koninkrijken verdeeld zijn.
En even verder:
24 En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn. Voor hen allen zal er één Herder zijn.
25 Zij zullen wonen in het land dat Ik aan Mijn knecht, aan Jakob, gegeven heb. (…) Zij zullen daarin wonen (…) tot in de aeon, en Mijn Knecht David zal tot in de aeon hun Vorst zijn.
Hier wordt duidelijk wanneer deze profetie haar vervulling krijgt. De hereniging van Juda en Israël vindt plaats onder één Koning. In Johannes 10:16 zien we dat Jezus deze profetie op Zichzelf betrekt. Die Koning is de Messias, de grote Zoon van David. Dat roept een eenvoudige vraag op. Is Israël vandaag één koninkrijk onder de regering van de Messias? Nee.
Daarom kan deze profetie nog niet vervuld zijn.
conclusie
Ezechiël 37 spreekt inderdaad over de hereniging van Juda en Israël. Maar het gaat niet over het terugvinden van verloren stammen. De nadruk ligt op het herstel van het koninkrijk onder de Messias.
God verzamelt Israël uit de natiën en brengt hen terug naar hun land. Vervolgens maakt Hij hen tot één volk onder één Koning. Daarbij verdwijnt de oude scheiding tussen Juda en Efraïm definitief en wordt het koninkrijk hersteld onder de Messias, de Zoon van David.
De terugkeer onder Kores maakte een einde aan de scheiding tussen twee stammen en tien stammen, maar bracht nog niet de situatie die Ezechiël beschrijft. Israël werd wel weer één volk, maar nog geen zelfstandig koninkrijk onder een Davidische Koning.
De volledige vervulling van deze profetie ligt daarom nog in de toekomst, wanneer God heel Israël zal verzamelen en Zijn Koning zal aanstellen over één volk en één koninkrijk.