Iedereen die zich beroept op de Bijbel als Gods woord, maakt daarin, bewust of onbewust, onderscheid tussen wat wél en wat niet voor hem bestemd is. Vaak zal dat redelijk ongemerkt gebeuren. Als je opgegroeid bent in een bepaald kerkgenootschap, hanteer je de verdeling die men daar maakt. Ik ken niemand die gelooft dat de hele Schrift rechtstreeks aan hem gericht is. Er zullen niet veel gelovigen zijn die:
- alle spijswetten en andere wetten uit het Oude Testament houden
- alle “hoogtijden van JAHWEH” vieren (Leviticus 23)
- het rechteroog verwijderen of de rechterhand afhakken, wanneer die hen ergert (Matth.5:29-30)
- enz.
In dit verband zegt Paulus tegen Timotheüs:
2 Timotheüs 2
15 Beijver jezelf wel beproefd voor God te presenteren, als een werker, die zich niet hoeft te schamen, maar die het woord van de waarheid recht snijdt.
betrouwbaar
In dit hoofdstuk wijst Paulus Timotheüs op zijn loopbaan in de dienst aan God. Hij vergelijkt hem met een soldaat (:3), een atleet (:5) en een hardwerkende landbouwer (:6).
Timotheüs zou zich beijveren “zich wel beproefd voor God te presenteren”. Dat wil zeggen: iemand te zijn die door God betrouwbaar en degelijk bevonden wordt, omdat hij zijn taak zorgvuldig en trouw uitvoert. Het punt waarop Paulus in dit verband de nadruk legt, is het woord van de waarheid recht snijden.
Timotheüs, en ook wij, zouden het woord van de waarheid recht snijden, dat is: op de juiste wijze verdelen en onderscheid maken tussen wat wel en niet rechtstreeks aan ons gericht is, en tussen wat wel en niet voor onze tijd bedoeld is. Maar hoe doen we dat?