Er zijn veel gelovigen die de verdeling van wat in de Bijbel wel rechtstreeks aan hen geschreven is en wat niet, aanbrengen tussen het oude en nieuwe testament. Het oude testament is dan voor Israël en het nieuwe testament is bestemd voor ons: gelovigen uit de natiën. Maar wat zegt het nieuwe testament ons zelf? Waar zond Jezus Zijn discipelen (de Twaalf) naartoe?
Mattheüs 10
5 Jezus vaardigde deze twaalf af, en Hij gaf hen opdracht, en Hij zei: Jullie zullen niet heengaan op een weg van de natiën, en jullie zullen geen stad van Samaritanen binnengaan;
6 maar ga veel meer naar de verloren schapen van het huis van Israël.
niet naar de natiën
Jezus zond de Twaalf naar de verloren schapen van het huis van Israël en Hij zegt daarbij nadrukkelijk dat ze niet tot de natiën zouden gaan. Aan Israël was beloofd dat wanneer de Messias zou komen, via een gelovig en bekeerd Israël, alle volkeren gezegend zouden worden (Jes.2:2-4; 49:5-6; 60:1-3). De Twaalf gingen naar Israël, omdat eerst Israël hersteld moest worden, pas dan zouden de natiën in beeld komen en zou via Israël het Koninkrijk wereldwijd gevestigd worden (Dan.2:44; 7:27).
de Kanaänitische vrouw
In het Mattheüs evangelie vinden we een gedeelte waarin duidelijk wordt geïllustreerd dat Jezus slechts gezonden was tot het Joodse volk.
Mattheüs 15
22 En zie, een Kanaänitische vrouw van de grensgebieden kwam uit, en zij riep, en zij zei: Ontferm je over mij, Heer! Zoon van David, mijn dochter is op kwalijke wijze demonisch bezeten.
23 Maar Hij antwoordde haar geen woord, en zijn leerlingen kwamen naar Hem toe, en zij vroegen Hem, en zij zeiden: Stuur haar weg, want zij roept ons achterna.
24 En Hij antwoordde, en Hij zei: Ik ben slechts afgevaardigd tot de verloren schapen van het huis van Israël.
slechts tot Israël
Jezus zegt hier, tijdens Zijn bediening op aarde, dat Hij slechts gezonden is tot Israël. Hij wilde niet ingaan op het verzoek van een Kanaänitische vrouw, een vrouw uit de natiën. Ook Jezus was, volgens Zijn eigen woorden, net als we van de twaalf discipelen al zagen, specifiek gezonden tot Israël,.
25 Maar zij kwam, en zij aanbad Hem, en zij zei: Heer, help mij!
26 Maar Hij antwoordde en zei: Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen, en het voor de hondjes te werpen.
Het klinkt ons wellicht nogal grof in de oren, hoe deze heidense vrouw door Jezus wordt afgewezen. Het brood van de kinderen (>Israël) zou niet aan de honden (>heidenen) gegeven worden. Maar hiermee bevestigt Jezus Zijn woorden uit vers 24, dat Hij slechts was gezonden tot het huis van Israël.
27 Maar zij zei: Ja, Heer, want ook de hondjes eten van de kruimeltjes, die van de tafel van hun heren vallen.
28 Toen antwoordde Jezus, en Hij zei tegen haar: O, vrouw, groot is jouw geloof! Het zal gebeuren, zoals jij het wil! En haar dochter werd gezond vanaf dat uur.
groot geloof
De vrouw zegt dat ook de honden van de kruimeltjes eten die van de tafel van de heren vallen. Zij erkent hiermee de bijzondere positie van het Joodse volk en de roeping van Jezus voor het huis van Israël. Maar ze gaf ook blijk dat ze geloofde, dat slechts een paar kruimeltjes genoeg waren om haar dochter te genezen. En zo gebeurt het, want geloof wordt door de Heer altijd beantwoord.
eerst Israël, dan de volken
Ook in die tijd kon een gelovige uit de natiën komen tot de God van Israël, maar werd dan altijd toegevoegd aan het volk als Jodengenoot (>proseliet). Denk aan Rachab (Jozua 2; 6:25), Ruth (1:17), de hoofdman over honderd (Matth.8:5-13), enz. Zo wordt er ook gesproken over “Joden en Proselieten” (Hand.2:10; 6:5).
Als de Messias zou komen, zou eerst Israël zich bekeren en via een gelovig Israël het Messiaanse rijk worden gevestigd over alle volkeren.
geestelijk voedsel
Het brood is een beeld van geestelijk voedsel, het Woord van God (Matth. 4:4). Het brood dat wij vinden in de evangeliën, zoals in Mattheüs 15 is niet voor de hondjes. Honden zijn een beeld van niet-Joden, heidenen.
Het geestelijk voedsel zoals wij dit vinden in Mattheüs is niet rechtstreeks voor ons gegeven. Wij zouden het niet tot ons nemen als brood dat voor ons bedoeld is. Wij kunnen echter wel degelijk lering trekken uit de woorden die Jezus sprak tot Israël (2 Tim.3:16). Wij kunnen Gods plan met Israël ontdekken in de gebeurtenissen, zoals bijvoorbeeld de vele wondertekenen die we in de evangeliën vinden.
Wie onbevooroordeeld de evangeliën leest, kan niet anders concluderen dat Jezus in eerste instantie gezonden was tot het volk van Israël en de beschrijving van Zijn aardse loopbaan die we vinden in de evangeliën laat dit duidelijk zien (zie bijvoorbeeld Matth. 1:21; 2:6; 4:23; 15:28; Marc. 7:6; Luk. 7:16; 24:21).
Paulus
Dat Jezus in Zijn aardse wandel was gezonden tot Israël, wordt ook bevestigd door de apostel Paulus:
Romeinen 15
8 Want ik zeg, dat Christus een dienaar van de besnijdenis is geworden, voor de waarheid van God, om de beloften van de vaderen te bevestigen.
In de evangeliën vinden we de beschrijving van de wandel op aarde van Jezus. Ten tijde van de geschiedenis met de Kanaänitische vrouw, was de Heer Jezus gezonden tot het Joodse volk. Hij is echter Heer van allen (Hand. 10:36; Rom. 10:12) en hoewel de Kanaänitische vrouw niet welkom was aan Israëls tafel, gaf Jezus haar wel wat zij nodig had: kruimeltjes van de zegeningen die bedoeld zijn voor Israël.