Paulus noemt opnieuw Epafras, die we al eerder in de brief tegenkwamen. Hij was degene die de Kolossenzen bekend had gemaakt met het evangelie. Zijn voortdurende gebed voor hen is dat zij zouden standhouden, volwassen en ten volle verzekerd zouden leven in de gehele wil van God. Die gehele wil van God is door Paulus bekendgemaakt, omdat hem de bediening was toevertrouwd om het woord van God te completeren (Kol. 1:25). Daardoor is de ecclesia niet langer onmondig, maar geestelijk volwassen, zodat wij niet meer heen en weer geslingerd worden in elke wind van leer.