In Romeinen 1 schildert Paulus een mensheid die de waarheid dat God er is, in ongerechtigheid ten onder houdt. God heeft zich in deze tijd dan ook teruggetrokken. In de taal van de Hebreeuwse bijbel: God verbergt Zijn aangezicht (Deut. 31:17-18). Maar hoewel God zich verbergt, kan elk mens weten dat God er is, zodat zij niet te verontschuldigen zijn.
Romeinen 1
19 omdat namelijk dat wat van de God kenbaar is, in hun midden openbaar is, want de God maakt het aan hen openbaar.
20 Want wat van Hem onzichtbaar is, Zijn onwaarneembare macht en goddelijkheid, wordt vanaf de schepping van de wereld doorzien, omdat het verstaan wordt in Zijn maaksels, zodat zij niet te verdedigen zijn.
onzienlijk
God is de onzienlijke God (Kol.1:15) en in deze tijd heeft Hij de mensheid overgeleverd (Rom.1:24, 26 en 28). Maar hoewel Hij onzichtbaar is en Zich niet actief bemoeit met de mensheid als zodanig, kan elk mens Hem kennen. Alles wat Hij gemaakt heeft, al Zijn creaties, getuigen namelijk van het feit dat er een Schepper is.
doorzien en verstaan
Paulus zegt dat wat van Hem onzichtbaar is, in de schepping wordt doorzien, want het wordt verstaan in Zijn creaties (>maaksels). Dit gaat veel verder dan het idee dat de schepping zo mooi en bijzonder is, dat er wel een God moet zijn. De gedachte is dat in alles wat de onzienlijke God gemaakt heeft, Hij Zich zichtbaar uitdrukt. Alles spreekt van Hem! Zoals een kunstenaar (zie Hebr.11:10 Statenvertaling) zich uitdrukt in zijn kunstwerken.
Van een grasspriet tot de sterrenbeelden aan het uitspansel, van de wereldzeeën tot een rups die een vlinder wordt, alles getuigt van de Schepper en Zijn machtige daden!