In de vorige blog zagen we dat Paulus in Efeze 1 zegt dat wij gezegend zijn met alle geestelijke zegen in de hemelen in Christus en dat Hij bij de opsomming van deze zegeningen begint met dat wij uitverkoren zijn in Hem, vóór de grondlegging van de wereld. Vervolgens zegt Paulus dat God ons tevoren bestemd heeft tot zoonstelling.
Wij zullen delen in de heerschappij van Christus, waarin Hij alles gaat onderschikken en de hele schepping wordt teruggebracht tot God.
Efeze 1
8 In alle wijsheid en verstandigheid 9 maakt Hij aan ons het geheim van Zijn wil bekend, naar Zijn welbehagen, dat Hij Zich voornam in Hem.
verborgen
God maakt via de apostel Paulus het geheim van Zijn wil bekend. Het woord voor “geheim” is musterion, in andere vertalingen weergegeven met “verborgenheid”. Als we het woord ontleden, heeft het de woordopbouw van: dichtdoen + bewaren.
Dit woord musterion is een sleutelwoord in de brieven van Paulus en zijn onderwijs. God had in de Hebreeuwse Tenach al Zijn wil bekendgemaakt, namelijk dat de Messias zou heersen over de hele schepping. Dat was geen verborgenheid. Er was echter iets met betrekking tot de Messias en Zijn heerschappij dat verborgen was gebleven en dat God via Paulus openbaart. Om dat te begrijpen moeten we eerst zien wat Gods uiteindelijke doel is.
10 tot het beheer van de volheid van de tijden, om het al, zowel wat in de hemelen als wat op de aarde is, in de Christus samen te vatten…
de volheid van de tijden
God gaat in de volheid van de tijden, bij de voleinding van de aeonen (Hebr. 9:26), het heelal samenbrengen in de Christus. Dat het alles betreft, wordt bevestigd door wat er nog achter staat: zowel wat in de hemelen als wat op de aarde is. Daarvan is niets uitgesloten.
samengevat
Het woord dat vertaald is met “samenvatten” is anakephalaiomai en één van de woorddelen waaruit het opgebouwd is, betekent hoofd. Vandaar dat de NBG vertaalt met: “…onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten”. Als wij een kopje boven een alinea plaatsen, is dat de samenvatting van wat daaronder volgt. Zo wordt de hele schepping onder Christus samengevat, of samengebracht.
geopenbaard
Dat God alles onder Christus zou samenbrengen was op zichzelf geen geheim. De Tenach spreekt daar op vele plaatsen over. Wat verborgen was gebleven, is dat Christus meer omvat dan alleen de Messias persoonlijk.
Paulus onthult dat Christus niet slechts één persoon is, maar bestaat uit Christus en het gezelschap dat Hem toebehoort, Zijn lichaam. Daarom spreekt Paulus niet alleen over Christus als Persoon, maar ook over de Christus als Hoofd met Zijn lichaam, de ecclesia. Hoofd en lichaam is wat Paulus hier, net als op andere plaatsen, kortweg noemt: de Christus (vgl. 1 Kor. 12:12).
11 in Hem, in wie ook wij, door het lot werden toebedeeld, in overeenstemming met het voornemen van Hem, die alles inwerkt naar de raad van zijn wil…
samen-lotbezitters
Wij hebben als door loting, ons aandeel ontvangen in Hem. Dat is wat Paulus elders noemt dat wij samen-lotbezitters van Christus zijn (Rom. 8:17; Ef. 3:6). Wij delen in wat aan Hem gegeven wordt en dat is het al, zowel wat in de hemelen als wat op de aarde is. Het is God die Zich dat had voorgenomen en die alles werkt naar Zijn bedoeling.
12 opdat wij zouden Zijn tot lof van Zijn heerlijkheid, wij, die een vóór-hoop hebben in de Christus.
voor-hoop
Dit alles doet God opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn heerlijkheid. Uitverkiezing is daarom geen verdienste van de mens, maar een demonstratie van Gods genade en voornemen. Dat God ons heeft uitverkoren in Christus is Zijn werk en daarom zal Hij ook alle eer daarvoor ontvangen.
Elk schepsel zal in de naam van Jezus de knieën buigen en van harte belijden dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God de Vader (Fil. 2:11).
Wij hebben een vóór-hoop in de Christus. Door onze uitverkiezing weten wij nu al welke geweldige verwachting de hele schepping ten deel zal vallen. Maar ook zullen wij als eerstelingen een nieuw lichaam ontvangen en verenigd worden met Christus, om de hele schepping aan Hem te onderschikken.
tot zegen van de hele schepping
Uitverkiezing is in de Schrift nooit een einddoel op zichzelf. God kiest enkelen uit ten behoeve van velen. Zo was het met Abraham, zo is het met Israël, zo is het met de ecclesia. Uiteindelijk zal heel de schepping delen in de zegen die God door Zijn uitverkorenen tot stand brengt.
Vanaf Adam, Abraham en Israël, via Christus en uiteindelijk de ecclesia, zien we hetzelfde patroon terugkeren. God kiest niet omdat sommigen beter zijn dan anderen, maar omdat Hij door de uitverkorenen heen Zijn voornemen met allen tot stand brengt. Uitverkiezing is daarom geen beperking van Gods genade, maar juist het middel waardoor Zijn genade uiteindelijk heel de schepping bereikt.