de ‘christelijke’ mythe van de hel

Regelmatig word ik geconfronteerd met teksten als:

“Niemand heeft het begrip hel vaker gebruikt dan Jezus”.

Maar Jezus heeft het woord hel nooit gebruikt. Dat is voor iedereen makkelijk na te gaan. Overal waar Jezus in de vertalingen lijkt te spreken over de hel, staat in de grondtekst Gehenna. Dat is een Grieks woord en is een plaatsaanduiding. Gehenna is het Griekse woord voor het dal van Hinnom. Dit is een dal ten zuiden van Jeruzalem, zie: hier op Wikipedia.

Gehenna
Gehenna is een plaatsnaam en zou dus daarom ook niet vertaald moeten worden. Plaatsnamen worden normaal gesproken ook niet vertaald. Hoe men aan het vertaalwoord hel is gekomen, is raadselachtig en duister en is gebaseerd op theologische interpretatie en traditie en niet op vertaling. Gehenna vertalen met hel is pure bedriegerij en het verdraaien van Gods woord.

In de vier evangeliën komt het woord Gehenna 11 keer voor, namelijk in Matth. 5:22 ,29, 30; 10:28; 18:9; 23:15, 33; Marc. 9:43, 45, 47 en Luk. 12:5. Daarnaast komt het woord nog voor in Jak. 3:6.
In de NBV vertaling heeft men alle keren dat het woord voorkomt (op één keer na) het woord als plaatsnaam laten staan en weergegeven met Gehenna. Dat is correct.
Plaatsnamen dienen vertalers niet te vertalen. Plaatsnamen als: Jeruzalem, Hebron, Galilea, enz. worden in de bijbel ook niet ‘vertaald’, maar ongewijzigd weergegeven. Ook andere plaatsaanduidingen, zoals: het dal van Achor (Jes. 65:10) en de vlakte van de Jordaan (2 Kron. 4:17) worden in de bijbelvertalingen weergegeven als plaatsnamen en zo hoort het ook.

Profetie van Jesaja

Als Jezus zeg in:

Marcus 9
43 En indien uw hand u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel [=Gehenna], in het onuitblusselijk vuur;
44 Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.
45 En indien uw voet u ergert, houwt hem af; het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan de twee voeten hebbende, geworpen te worden in de hel [=Gehenna], in het onuitblusselijk vuur;
46 Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.
47 En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur [=vuur van Gehenna] geworpen te worden;
48 Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.

Dan refereert de Here Jezus aan de woorden die we vinden in het slot van Jesaja.
Drie maal vinden we in dit gedeelte in Marcus 9 de frase: “Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt” (vers 44, 46, 48) en exact hetzelfde vinden we in:

Jesaja 66
23 En het zal geschieden, dat van de ene nieuwe maan tot de andere, en van den enen sabbat tot den anderen, alle vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.
24 En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees een afgrijzing wezen.

De duizend jaar
In de duizend jaar, het Koninkrijk waarin Christus zal regeren op aarde, zullen de volkeren bij gelegenheid optrekken naar Jeruzalem, “om voor mijn aangezicht te aanbidden”, zegt JAHWEH (:23).
Deze reizigers zullen de dode lichamen zien (:24) van degenen die omgekomen zijn, en die tegen JAHWEH overtreden hebben. Vergelijk Jes. 66:16. Er zullen in dit dal, dat in het verleden eerder als vuilstortplaats heeft gediend waar afval verbrand werd, lijken liggen. Deze lijken blijven liggen en worden aangevreten door wormen en vuur.
Dat is een huiveringwekkend en macaber schouwspel, maar valt in het niet bij een eindeloze foltering in de hel en heeft hier dan ook niets mee te maken.

Paulus zegt tegen Timotheüs in:

2 Timotheüs 4
3 Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerten zich tal van leraars zullen bijeenhalen.
4 dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar verdichtsels [letterlijk: mythen] keren.

Het evangelie
Hel’ is een ongezond woord (2 Tim. 1:13), dat niet voorkomt in de Schrift. Het is een verzinsel, een mythe. God kent geen hopeloze gevallen en eindeloze straf en toorn (Ef. 4:26-27). God houdt gericht om zaken recht te zetten, maar oordeel is nooit eindeloos en dus doelloos.
God laat niet varen de werken van Zijn handen (Ps. 138:8). Ook de dode lichamen die daar in het Dal van Hinnom zullen liggen, zullen levend gemaakt worden, want de Schrift leert:

1 Korinthe 15
22 Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.
(…)
26 De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood.

 

2 Timotheüs 1
10 (…) Jezus Christus, Die de dood teniet doet, en leven en onvergankelijkheid aan het licht brengt door het Evangelie.

Dát is het evangelie van de gelukkige, de blije God (1 Tim. 1:11) die alles tot een goed einde gaat brengen!