het eerstgeboorterecht van Efraïm

In Genesis 48 vinden we een bijzondere geschiedenis beschreven met betrekking tot het eerstgeboorterecht. Wanneer we in dit hoofdstuk aangeland zijn, weten we inmiddels dat in Genesis dit eerstgeboorterecht een grote rol speelt. Eerstgeborene is in het Nederlands een wat verwarrende term, omdat het suggereert dat het gaat om degene die als eerste geboren is. Dat is niet altijd het geval. De eerstgeborene is in de Schrift degene die het hoogste erfrecht, het beste en hoogste lotsdeel, ontvangt. Als we Genesis lezen, blijkt dit per definitie juist niet degene te zijn die als eerste geboren is. Dat heeft natuurlijk een betekenis.

theoretisch?
Sommigen zullen denken bij het lezen van deze dingen, dat dit nogal theoretisch is en van weinig belang. Maar ik denk dat het van groot belang is om deze zaken te verstaan. Het is niet voor niets dat het grootste deel van het eerste boek van de bijbel, deze dingen uitgebreid en bij herhaling beschrijft. Het is de basis tot het verstaan van andere zaken in de Schrift.

Jozef
Van bijvoorbeeld Izak, Jakob en Jozef weten we dat zij niet als eerste geboren werden, maar dat zij wel de eerstgeboorte zegen ontvingen en tot eerstgeborenen werden gesteld. Izak in plaats van Ismaël, Jakob in plaats van Ezau. Bij Jozef wordt het wat gecompliceerder, omdat Jakob maar liefst twaalf zonen had, waarvan Jozef de elfde was:

1. Ruben
2. Simeon
3. Levi
4. Juda
5. Zebulon
6. Issaschar
7. Dan
8. Gad
9. Aser
10. Naftali
11. Jozef
12. Benjamin

Ruben, Levi, Juda en Jozef
De twaalf zonen van Jakob zijn de stamvaders van de twaalf stammen van Israël. Over alle zonen van Jakob vallen bijzonderheden te vertellen en dat doet Jakob dan ook in Genesis 49. Hier wil ik me beperken tot de voorrechten die Ruben, Levi, Juda en Jozef ontvingen, of juist niet kregen. Ruben was de oudste, maar ontving niet het eerstgeboorte recht, omdat hij met de bijvrouw van zijn vader had geslapen (Gen.35:22). De stam van Levi zou later het privilege van de priesterlijke functie binnen het volk krijgen. De stam van Juda ontving het koningschap en dus zou ook de Messias voortkomen uit die stam (Matth.1). Maar het eerstgeboorterecht ging naar Jozef (1 Kron.5:1-2).

Manasse en Efraïm
In Genesis 49 vinden we beschreven hoe Jakob zijn zonen bij zich roept en hen zegent. Maar voordat hij dit doet, laat hij eerst Jozef bij zich komen met zijn twee zonen: Manasse en Efraïm. Dit vinden we beschreven in hoofdstuk 48, dus vóórdat Jakob zijn eigen zonen zegent. Sterker nog, hij zegt van Efraïm en Manasse dit tegen Jozef:

5 Nu dan, jouw twee zonen, die bij jou in het land Egypte geboren zijn voordat ik bij je in Egypte kwam, zijn van mij; Efraïm en Manasse zijn van mij, net als Ruben en Simeon.

Jakob stelt nadrukkelijk deze twee zonen in plaats van zijn eigen eerste twee zonen. Ze nemen de plek van zijn twee oudste zonen in. Dan volgt de zegen en gebeurt er iets vreemds:

13 Daarna nam Jozef hen beiden: Efraïm aan zijn rechterhand – voor Israël was dat links – en Manasse aan zijn linkerhand – voor Israël was dat rechts. Zo liet hij hen dichter bij hem komen.
14 Maar Israël stak zijn rechterhand uit en legde die op het hoofd van Efraïm, hoewel deze de jongste was, en hij legde zijn linkerhand op het hoofd van Manasse. Hij kruiste zijn handen, hoewel Manasse de eerstgeborene was.
(…)
17 Toen Jozef zag dat zijn vader zijn rechterhand op het hoofd van Efraïm legde, was dat kwalijk in zijn ogen. Daarom greep hij de hand van zijn vader om die te verleggen van het hoofd van Efraïm naar het hoofd van Manasse.
18 Jozef zei tegen zijn vader: Niet zó, mijn vader, want dit is de eerstgeborene. Leg uw rechterhand op zijn hoofd.
19 Maar zijn vader weigerde het en zei: Ik weet het, mijn zoon, ik weet het. Ook hij zal tot een volk worden, ook hij zal aanzien krijgen; maar toch zal zijn jongste broer meer aanzien krijgen dan hij, en zijn nageslacht zal tot een volheid van natiën worden.
20 (…) Zo plaatste hij Efraïm vóór Manasse.

de jongere eerst
Ook hier is het de jongere die de eerstgeboortezegen krijgt: Efraïm. Jakob wist heel goed wat hij deed, blijkt ook uit de beschrijving. Hij zegende de zonen van Jozef boven zijn eigen zonen en de allergrootste zegen kreeg Efraïm. Hij zou tot een volheid van natiën worden.

tienstammenrijk
Later werd het koninkrijk van Israël dat uit twaalf stammen bestond, gesplitst in een twee stammenrijk en een tienstammenrijk. Het twee stammenrijk kreeg de naam Juda, het tienstammenrijk de naam Israël, maar ook de naam Efraïm, omdat Efraïm de meest dominante stam was onder de tien.

Nog weer later werd het tienstammenrijk weggevoerd in Assyrische ballingschap en is daar officieel nooit uit teruggekeerd. Het is opgelost onder de natiën en daarmee de Israëlitische identiteit kwijtgeraakt. Ze werden volledig geassimileerd met de natiën en zo werden de profetische woorden van Jakob over Efraïm uit Gen.48:19 vervuld: “zijn nageslacht zal tot een volheid van natiën worden”.

de natiën
En hiermee kwam ook het eerstgeboorterecht van Efraïm onder de natiën terecht. Want het lezen van Genesis kan de vraag bij ons oproepen: wat betekent nu dat eerstgeboorterecht van Efraïm?  Als het voorrecht van Juda was dat daar de koninklijke dynastie van het huis van David uit voortkwam en daarmee de Messias en als de stam van Levi het voorrecht kreeg van het priesterschap, wat is dan het voorrecht van Efraïm, wat betekent dat eerstgeboorterecht?

Paulus
Paulus spreekt in de Romeinen brief over onze tegenwoordige tijd, hoe redding van Israël naar de natiën ging. Israël is nu verhard en verblind, maar aan die verharding zal een einde komen. Hij zegt dat:

Romeinen 11
25 (…) er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de natiën is binnengegaan.

Paulus spreekt hier over het ingaan van de gelovigen uit de natiën. Daarmee duidt hij onmiskenbaar op het ingaan in de hemelse positie van de ecclesia, het lichaam van Christus. Wanneer de ecclesia van deze aarde zal weggenomen zijn en de hemelse positie zijn binnen gegaan, dan zal God de draad weer gaan oppakken met Israël.

de ecclesia
Paulus haalt in Rom.11:25 de woorden aan van Jakobs zegen die hij uitspreekt over Efraïm, die zou worden tot een volheid van natiën. Efraïm ontving het eerstgeboorterecht en verdween later onder de natiën. Daar, onder de natiën, is nu dat eerstgeboorterecht. De ecclesia is een ‘gemeente van eerstgeborenen’ (Hebr.12:22), doordat zij één lichaam is met dé Eerstgeborene (Rom.8:29, Kol.1:18). Deze ecclesia is het volk dat God verzamelt uit de natiën (Hand.15:14), waaronder Efraïm terecht kwam. Dát is de betekenis van het eerstgeboorterecht van Efraïm.