Elke brief van Paulus begint vrijwel hetzelfde, met enkele kleine verschillen. Juist die overeenkomst in de aanhef van zijn brieven zou ons erop moeten wijzen dat het belangrijke woorden zijn. Er komt nadruk op te liggen.
Wij zetten bij het schrijven van een brief de afzender meestal onderaan. Destijds was het gebruikelijk om daarmee te beginnen. Een goede gewoonte, want is dat niet het eerste waar wij ook naar kijken als we een brief ontvangen?
Filemon (naar ISA)
1 Paulus, gevangene van Christus Jezus, en Timotheüs, de broeder…
Saulus wordt Paulus
De naam Paulus bepaalt ons bij wie hij ook was: Saulus. Hij was een vervolger van de ecclesia (Gal. 1:13) en een felle tegenstander van Christus Jezus. Hij droeg dezelfde naam als de eerste koning van Israël, Saul, die zich ontpopte als vijand van David en hem vervolgde.
Toen de Zoon van David Zijn vervolger Saulus riep vanuit de hemel, sprak Hij: “Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?” (Hand. 9:4). Dat bracht een totale ommekeer. Christus overweldigde hem met Zijn genade en maakte hem tot apostel (= afgevaardigde), om die genade onder de natiën bekend te maken. Paulus werd een heraut, apostel en leraar van natiën (Rom. 11:13; 1 Tim. 2:7; 2 Tim. 1:11).
Opmerkelijk is dat Lukas hem in Handelingen aanvankelijk steeds Saulus noemt. In Hand. 13:9 lezen we vervolgens:
“Saulus nu, die ook Paulus [heet]…”
Vanaf dat moment noemt Lukas hem consequent Paulus. Het gaat dus niet om een naamsverandering bij zijn bekering — hij droeg beide namen — maar wel om een opvallende overgang in het boek Handelingen. Juist in Handelingen 13 begint Paulus’ bediening onder de natiën nadrukkelijk op de voorgrond te treden.
onderbreking
Paulus behoorde niet tot de Twaalf. Na zijn roeping ging hij niet naar Jeruzalem tot hen die vóór hem apostelen waren, maar ontving hij zijn evangelie door openbaring van Jezus Christus (Gal. 1:11-17). Aan hem was het evangelie van de voorhuid toevertrouwd, terwijl Petrus het evangelie van de besnijdenis was toevertrouwd (Gal. 2:7).
Israël
De Twaalf waren gericht op Israël. Petrus verkondigde aan het volk dat, wanneer zij zich zouden bezinnen en bekeren, tijden van verfrissing zouden komen en God de voor hen bestemde Messias Jezus zou zenden, tot de tijden van het herstel van alles waarvan de profeten hadden gesproken (Hand. 3:19-21). Via een gelovig Israël zouden de natiën gezegend worden.
Maar Israël kwam niet tot die bekering. Paulus maakt later bekend dat door Israëls misstap redding naar de natiën is gegaan en dat er een gedeeltelijke verharding over Israël is gekomen “totdat de volheid van de natiën binnengaat” (Rom. 11:11,25).
van Saulus naar Paulus
Opmerkelijk is ook wat er gebeurt op het moment dat Lukas in Handelingen 13 overschakelt van de naam Saulus naar Paulus. Paulus staat daar tegenover Elymas, een Jood die probeert Sergius Paulus, een man uit de natiën, van het geloof af te keren. Paulus zegt tegen hem:
“Zul jij niet ophouden de rechte wegen van de Heer te verdraaien?” (Hand. 13:10)
Voor “ophouden” staat het Griekse pauō: stoppen, ophouden. Vervolgens wordt Elymas blind, maar uitdrukkelijk slechts “voor een tijd” (Hand. 13:11). De Jood wordt tijdelijk verblind en de man uit de natiën gelooft (Hand. 13:12).
illustratie
Daarmee vormt deze geschiedenis een treffend beeld van wat Paulus later in Romeinen 11 uiteenzet. Israël is voor een tijd verhard, redding gaat naar de natiën en uiteindelijk zal God Zijn handelen met Israël voortzetten.
Zelfs de naam Paulus roept hierbij een opmerkelijke woordassociatie op. Paulos is een naam van Latijnse oorsprong, maar wordt in Strong ook in verband gebracht met pauō, “ophouden”. Juist Paulus verschijnt op het toneel wanneer er als het ware een pauze optreedt in Gods handelen met Israël. Niet een definitief einde, want de beloften aan Israël blijven staan, maar een onderbreking. In die tussentijd gaat redding naar de natiën en maakt Paulus het geheim bekend dat tot dan toe verborgen was geweest.