In de meeste brieven maakt Paulus zich in de aanhef bekend als apostel. Dat is immers wat zijn brieven autoriteit geeft: Christus Jezus zelf had hem afgevaardigd, want het woord apostel betekent afgevaardigde.
In deze brief vermeldt Paulus zijn apostelschap niet. Hij wilde dat Filemon uit liefde gehoor zou geven aan zijn verzoek met betrekking tot Onesimus en niet vanwege de autoriteit die Paulus had als apostel. Dat zegt hij verderop ook uitdrukkelijk (:8-9).
Filemon (naar ISA)
1 Paulus, gevangene van Christus Jezus, en Timotheüs, de broeder…
van Christus Jezus
De brief aan Filemon hangt nauw samen met de Kolossenzenbrief en beide zijn geschreven tijdens een gevangenschap van Paulus. Ook de Efezebrief behoort tot de brieven waarin Paulus zich als gevangene presenteert (Ef. 3:1; 4:1). Traditioneel worden deze brieven geplaatst tijdens zijn gevangenschap in Rome, al noemt Filemon zelf de plaats niet.
Paulus maakt zich hier bekend als gevangene van Christus Jezus. Is dat niet mooi? Hij noemt zichzelf niet in de eerste plaats een gevangene van de Romeinse overheid, maar van Christus Jezus.
Paulus wist immers dat zijn gevangenschap niet buiten Gods bedoeling omging. Bij zijn roeping had de Heer al over hem gezegd:
“Deze is voor Mij een uitverkoren instrument om Mijn naam te dragen voor natiën en koningen en zonen van Israël.” (Hand. 9:15)
Zelfs zijn gevangenschap stond in dienst van die roeping.
een beeld van de ecclesia
Overdrachtelijk kunnen we in een gevangenis een beeld zien van de ecclesia. Daar bevinden zich mensen die naar menselijke maatstaven niet veel voorstellen: zwakken, onaanzienlijken en verachten (1 Kor. 1:26-28). Het doet denken aan degenen die zich bij David verzamelden toen hij verworpen was: mensen in nood, met schulden en verbitterd van ziel (1 Sam. 22:2).
Jozef in de gevangenis
Maar juist temidden van zulke mensen bevindt zich Iemand die voor hen zorgt. Dat wordt prachtig uitgebeeld in de geschiedenis van Jozef. Ook hij was verworpen en kwam in de gevangenis terecht. Maar JAHWEH was met hem en gaf alle gevangenen in zijn hand (Gen. 39:21-23). Zo zien we in deze geschiedenis een treffend beeld: de gevangenis als uitbeelding van de ecclesia en Jozef als type van Christus, Die als Hoofd zorg draagt voor degenen die Hem zijn toevertrouwd.
verborgenheden in de gevangenis
En juist daar, in de gevangenis, maakt Jozef verborgen dingen bekend. Hij onthult wat er zal gebeuren en spreekt daarbij over wat er “over drie dagen” zal plaatsvinden (Gen. 40:12-13,18-19): over leven en dood en over toekomende dingen.
Het is dan ook veelzeggend dat juist Paulus, gevangene van Christus Jezus, degene is aan wie de verborgenheden met betrekking tot de ecclesia werden toevertrouwd. In zijn brieven, en in het bijzonder in zijn gevangenschapsbrieven, maakt hij bekend wat voorheen verborgen was gebleven.
het woord niet gebonden
De gevangene Paulus maakt zo het geheim bekend van een ecclesia die verbonden is met haar Hoofd in de hemel. Hijzelf is gebonden, maar de boodschap die hem is toevertrouwd niet:
“…maar het woord van God is niet gebonden.” (2 Tim. 2:9)