13. Filemon :15-16 slaven en heren

De volgende verzen behoren ongetwijfeld tot het hoogtepunt van Paulus’ betoog. Onesimus keert terug naar Filemon, maar de verhouding tussen hen is fundamenteel veranderd.

Sommigen hebben uit vers 16 geconcludeerd dat Paulus Filemon vraagt Onesimus vrij te laten. Maar dat staat er niet. Paulus zegt niet dat Onesimus geen slaaf meer is, maar dat Filemon hem niet meer als slaaf zal ontvangen: hij is inmiddels veel meer dan dat.

Filemon (naar ISA)
¹⁵ Want misschien werd hij daarom een ogenblik van jou gescheiden, opdat jij hem aeonisch zou terugontvangen,
¹⁶ niet meer als slaaf, maar meer dan een slaaf, als een geliefde broeder, vooral voor mij, hoeveel te meer dan voor jou, zowel in het vlees als in de Heer.

een ogenblik — aeonisch
Paulus zet hier twee dingen tegenover elkaar. Onesimus was slechts “een ogenblik” van Filemon gescheiden, maar Filemon zou hem aeonisch terugontvangen.

Paulus kijkt daarmee veel verder dan de korte tijd waarin Filemon zijn slaaf kwijt was. Wat aanvankelijk alleen verlies leek, had God gebruikt om Onesimus bij Paulus te brengen, waar hij het evangelie hoorde en ging geloven.

Filemon kreeg dus niet eenvoudig dezelfde Onesimus terug. Hij kreeg iemand terug met wie hij voortaan ook in Christus verbonden was.

Het principe vinden we vaker in de Schrift: wat wij hier tijdelijk missen of als verlies ervaren, valt in het niet bij wat God daar tegenover stelt (Rom. 8:18). Ook Mozes koos ervoor tijdelijk smaad te verdragen, omdat hij uitzag naar de beloning (Hebr. 11:24-26).

Filemon was Onesimus voor korte tijd kwijtgeraakt, maar kreeg hem terug met een verbondenheid die reikt tot in de aeonen die nog komen.

meer dan een slaaf
Naar maatschappelijke en aardse verhoudingen was Onesimus nog steeds de slaaf van Filemon. Paulus zegt dan ook niet dat Filemon hem moest vrijlaten. Maar Onesimus was inmiddels veel méér dan een slaaf:

“…een geliefde broeder.”

Daarmee was hun verhouding wezenlijk veranderd.

Paulus voegt eraan toe:

“…zowel in het vlees als in de Heer.”

“In het vlees” bestond er nog steeds een verhouding tussen heer en slaaf. Maar “in de Heer” stonden Filemon en Onesimus naast elkaar als broeders. Onesimus behoorde nu, net als Paulus en Filemon, tot het lichaam van Christus. Hij had deel aan dezelfde roeping, dezelfde verwachting en hetzelfde lotsdeel.

geen slaaf of vrije
In Christus is het onderscheid tussen slaaf en vrije niet bepalend:

Galaten 3 (naar ISA)
²⁸ Er is geen Jood noch Griek, er is geen slaaf noch vrije, er is geen mannelijk en vrouwelijk, want jullie zijn allen één in Christus Jezus.

Paulus zegt hetzelfde op andere plaatsen (1 Kor. 12:13; Kol. 3:11). Dat betekent echter niet dat alle maatschappelijke verhoudingen daarmee verdwijnen. Paulus roept slaven niet op in opstand te komen tegen hun meesters. Integendeel, hij leert dat iemand God kan dienen in de positie waarin hij geroepen is (1 Kor. 7:20-24). Krijgt een slaaf de mogelijkheid om vrij te worden, dan mag hij die mogelijkheid gebruiken (1 Kor. 7:21). Maar zolang hij slaaf is, kan hij juist in die positie God dienen.

slaven en heren
Daarom geeft Paulus in verschillende brieven onderwijs over de verhouding tussen slaven en heren (Ef. 6:5-9; Kol. 3:22-4:1; Tit. 2:9-10).

Titus 2 (naar ISA)
⁹ Slaven, onderschik je in alles aan de eigen eigenaars, wees welgevallig, niet tegensprekend,
¹⁰ niet ontvreemdend, maar alle goede trouw betonend, opdat zij de onderwijzing van God, onze Redder, in alles versieren.

Het evangelie maakt iemands maatschappelijke positie niet tot het belangrijkste. Een slaaf hoeft niet eerst vrij te worden om God te kunnen dienen. En een vrije heeft niets om zich op te beroemen, want ook hij is een slaaf van Christus (1 Kor. 7:22).

alle mensen
Direct na zijn woorden over slaven zegt Paulus:

Titus 2 (naar ISA)
¹¹ Want de reddende genade van God verscheen aan alle mensen.

Dat goede bericht verandert de manier waarop wij naar onze omstandigheden kijken. Wij weten dat God de Plaatser van alle dingen is en kunnen daarom ook in de positie waarin Hij ons roept Hem dienen. Ook wij waren eens onbruikbaar (Rom. 3:12), maar worden om niet gerechtvaardigd in Zijn genade (Rom. 3:24) en mogen onszelf aan God ter beschikking stellen (Rom. 12:1).

Onesimus is daarvan een prachtig voorbeeld. Hij keert terug in dezelfde maatschappelijke positie waarin hij vertrok: als slaaf. Maar hij is niet meer dezelfde man. Hij keert terug als gelovige, als geliefde broeder en als iemand die bruikbaar is geworden.

broeders
Paulus zal Onesimus ongetwijfeld hebben onderwezen hoe hij zich tegenover Filemon had op te stellen. Juist over gelovige heren schrijft hij:

1 Timotheüs 6 (naar ISA)
¹ Zovelen als slaven onder een juk zijn, laten zij de eigen eigenaars alle eer waardig achten, opdat de naam van God en de onderwijzing niet gelasterd worden.
² En laten zij die gelovige eigenaars hebben hen niet verachten omdat zij broeders zijn, maar laat hen des te meer dienen, omdat zij gelovigen en geliefden zijn, die de weldaad ontvangen. Onderwijs deze dingen en moedig aan!

Dat past precies bij Filemon en Onesimus. Filemon bleef zijn heer, Onesimus bleef zijn slaaf, maar daar was iets bij gekomen wat alle aardse verhoudingen oversteeg: zij waren nu broeders in Christus.