Paulus noemde Filemon in vers 1 al onze medewerker — letterlijk een samen-werker. Ze waren één in Christus en die verbondenheid kreeg ook praktisch vorm in hun bediening. Paulus als apostel en Filemon als iemand die zijn huis had opengesteld voor de ecclesia. In het volgende vers benadrukt Paulus die eenheid opnieuw.
Filemon (naar ISA)
¹⁷ Indien jij mij dan als deelgenoot hebt, neem hem dan tot je zoals mij.
deelgenoot
Paulus doet hier een beroep op hun verbondenheid door het woord deelgenoot te gebruiken. In het Grieks staat koinōnos. Een woord van dezelfde stam kwamen we al tegen in vers 6, waar gesproken wordt over “de gemeenschap van jouw geloof” — koinōnia.
Beide woorden drukken uit dat mensen ergens gezamenlijk deel aan hebben. Het gaat dus niet alleen om een band die er in theorie is, maar om een verbondenheid die ook praktisch wordt beleefd.
Paulus en Filemon waren deelgenoten. Zij deelden in hetzelfde geloof, in dezelfde genade en in dezelfde Heer.
zoals mij
En juist op die verbondenheid doet Paulus nu een beroep:
“neem hem dan tot je zoals mij.”
Dat is een opmerkelijke uitspraak. Onesimus was de weggelopen slaaf van Filemon, maar Paulus plaatst hem hier als het ware in zijn eigen positie. Paulus vraagt Filemon Onesimus te ontvangen alsof Paulus zelf voor hem stond.
Daarmee gaat Paulus veel verder dan alleen vragen om vergeving of een vriendelijke ontvangst. Hij vraagt Filemon om Onesimus te aanvaarden op grond van zijn verbondenheid met Paulus.
één in Christus
Ook hierin zien we een prachtige uitbeelding van Christus. God gaf Christus als Hoofd aan de ecclesia (Ef. 1:22-23; Kol. 1:18). Allen die Hem toebehoren, zijn met Hem verbonden en vormen samen één lichaam:
Romeinen 12 (naar ISA)
⁵ Zo zijn wij, de velen, één lichaam in Christus, en ieder afzonderlijk leden van elkaar.
Wij zijn in Christus en Hij is in ons (Ef. 1:11; Kol. 1:27). Onze positie voor God staat daarom niet los van Hem, maar is volledig verbonden met Christus. Zoals Paulus tegen Filemon zegt: “neem hem tot je zoals mij”, zo worden ook wij ontvangen op grond van onze verbondenheid met Christus.
Onesimus komt niet meer alleen namens zichzelf. Hij komt verbonden met Paulus. En juist daarin ligt de kracht van Paulus’ verzoek.