Slavernij was in de wereld van Paulus een algemeen maatschappelijk verschijnsel. Ook Onesimus was een slaaf. Opmerkelijk is dat Paulus niet oproept tot een maatschappelijke revolutie. Aan slaven schrijft hij dat zij zich zouden onderschikken aan hun meesters (1 Tim. 6:1; Tit. 2:9).
Tegelijk relativeert het evangelie zulke maatschappelijke verhoudingen sterk. Voor God bepaalt onze positie naar het vlees niet wie wij zijn. Een slaaf die in de Heer geroepen is, is een vrijgelatene van de Heer, en een vrije is een slaaf van Christus (1 Kor. 7:22).
Je hoeft dus niet eerst iets te worden om God te kunnen dienen. Paulus zegt dat ieder kan blijven in de roeping waarin hij geroepen werd en daarin met God kan wandelen (1 Kor. 7:20,24).
Filemon (naar ISA)
¹³ Ik was van plan hem voor mijzelf vast te houden, opdat hij mij, namens jou, zou bedienen in de boeien van het evangelie.
¹⁴ Maar ik wilde niets los van jouw mening doen, opdat het goede van jou niet onder dwang zou zijn, maar vrijwillig.
in de boeien van het evangelie
Paulus noemt zichzelf hier opnieuw een gevangene. Maar opvallend genoeg spreekt hij niet over de boeien van Rome of van de keizer. Hij noemt ze:
“…de boeien van het evangelie.”
Paulus zat gevangen vanwege het goede bericht dat hij verkondigde. Zijn bewegingsvrijheid was beperkt, maar zijn gevangenschap stond geheel in het teken van zijn bediening.
Onesimus was daarbij voor hem “zeer bruikbaar” geworden (:11). Blijkbaar kon hij Paulus van dienst zijn in dingen die Paulus door zijn gevangenschap zelf niet of moeilijk kon doen.
namens jou
Paulus zegt zelfs dat Onesimus hem “namens jou” zou bedienen. Onesimus hoorde bij Filemon en wat hij voor Paulus deed, kon Paulus als het ware beschouwen als een dienst van Filemon zelf. Paulus had Onesimus daarom graag bij zich gehouden. Maar hij doet het niet.
niet zonder jouw mening
Paulus zegt:
“Maar ik wilde niets los van jouw mening doen…”
Hij wilde Filemon niet voor een voldongen feit stellen. Onesimus bij zich houden zonder Filemons instemming zou misschien praktisch zijn geweest, maar het zou Filemon de gelegenheid hebben ontnomen om zelf het goede te doen. Daarom stuurt Paulus Onesimus terug.
niet onder dwang
Paulus legt vervolgens uit waarom:
“…opdat het goede van jou niet onder dwang zou zijn, maar vrijwillig.”
Hier zien we opnieuw de gezindheid die we eerder in de brief tegenkwamen. Paulus zou kunnen bevelen, maar doet liever een beroep op de liefde (:8-9). Ook hier wil hij Filemon niet dwingen.
Het goede heeft pas werkelijk betekenis wanneer het niet wordt afgedwongen, maar van binnenuit voortkomt.
genade werkt van binnenuit
Dat past bij het evangelie dat Paulus verkondigt: het evangelie van de genade van God (Hand. 20:24). Genade legt geen eis van buitenaf op, maar raakt het hart en brengt van daaruit iets voort.
Niet dwang, maar drang.
Paulus vertrouwde erop dat Filemons liefde hem ertoe zou brengen het goede te doen. Zoals hij elders schrijft:
2 Korinthe 5 (naar ISA)
¹⁴ Want de liefde van Christus dringt ons…
Zo wil Paulus ook hier handelen. Hij wil Filemon niet dwingen Onesimus af te staan, maar hem de ruimte geven om vanuit liefde zelf het goede te doen.