de confrontatie tussen Paulus en Petrus

De apostel Petrus heeft grote moeite gehad met Paulus. Petrus die in het begin van de Handelingen tijd vol vuur aan het Joodse volk de komst en openbaring van het Koninkrijk verkondigde, moest leren dat het Koninkrijk niet een geopenbaard Koninkrijk zou worden, maar dat het zou worden verborgen. Het geopenbaarde Koninkrijk zou worden uitgesteld en de speciale positie van het Joodse volk met de wet en hun rituelen zou verdwijnen en redding zou naar de natiën gaan.

Petrus in Antiochië
In Galaten 2 vinden we een geschiedenis beschreven waarin Petrus in Antiochië is (:11) en daar met heidenen eet (:12). Iets dat voor een Jood door de wet verboden was, maar Petrus had inmiddels geleerd dat hij alles mocht eten (Hand.10:15). Maar in Galaten 2 beschrijft Paulus dat toen er Joodse gelovigen uit Jeruzalem kwamen, die zich nog wel hielden aan de rituelen, Petrus zich afzonderde van de heidenen, weer met de Joden aan tafel ging en weer ‘koosjer’ at (:12).

rechtvaardiging door geloof
Paulus is furieus door deze daad van Petrus en weerstond hem recht in het aangezicht (:11) en ten aanhoren van allen (:14). Waarom was dit zo belangrijk en waarom noemt Paulus dit voorval precies in de brief aan de Galaten?
Omdat dit nu juist het onderwerp van de hele brief is! In de ecclesias van Galatië waren nadat Paulus daar het evangelie van genade en van rechtvaardiging door geloof had verkondigd, andere leraren gekomen. Deze leraren brachten een boodschap dat de Galaten die nu geloofden, om rechtvaardig te leven, de wet moesten onderhouden. Namelijk zich laten besnijden (5:2) en de (feest)dagen van de wet te onderhouden (4:10).

dwaas
De Galaten waren begonnen met de geest en wilden nu volbrengen in het vlees (3:3) en Paulus betiteld hen daarom als dwazen. Petrus deed iets soortgelijks. Door zich af te zonderen van de heidenen en weer met de Joden te eten, dwong hij deze heidenen in Galatië om zich te verjoodsen. Zij moesten immers de rituelen van de wet gaan onderhouden, om zich weer bij Petrus en de anderen aan te kunnen sluiten? Het verwijt van Paulus aan Petrus is dan ook een samenvatting van de hele Galaten brief:

Galaten 2
14 Maar toen ik waarnam, dat zij geen correcte houding hebben tot de waarheid van het goede bericht, zei ik tegen Kefas (=Petrus), ten aanhoren van allen: Indien jij, die een Jood bent, als de natiën leeft en niet als een Jood, hoe kun jij dan de natiën dwingen te verjoodsen?