8. gaven van de geest: het raadsel van de spiegel

Er zijn veel misverstanden over 1 Korinthe 13. We hebben al besproken dat het volmaakte waarover Paulus het heeft, letterlijk spreekt van het volwassene. Het gaat niet over de toekomst als we bij de Heer zijn, maar spreekt over een periode op aarde die zou komen. Daar zullen we in het laatste vers van dit hoofdstuk nog in bevestigd worden. Maar ook het volgende vers, waarin Paulus spreekt over het zien door een spiegel, wordt vaak misverstaan.

1 Korinthe 13
12 Want op dit moment zien wij door een spiegel, in een raadsel, maar dán van aangezicht tot aangezicht. Op dit moment ken ik ten dele, maar dan zal ik erkennen, zoals ook ik erkend wordt.

nu
Als Paulus spreekt over op dit moment, dan heeft hij het over de tijd waarin hij het schreef, ongeveer tweeduizend jaar geleden. Op dat moment kende men ten dele. De kinderlijke fase waarin de ecclesia zich bevond, wordt vergeleken met een spiegel. De spiegels uit die tijd waren niet te vergelijken met de spiegels die wij hebben. Het waren glad gepolijste, metalen spiegels waarin je slechts de contouren van een gezicht kon zien. Veel details waren niet waarneembaar. Het zien was ten dele.

van aangezicht tot aangezicht
Vaak wordt het zien “van aangezicht tot aangezicht” betrokken op het moment dat wij bij Christus zullen zijn en Hem zullen zien. Maar daar gaat het niet over. Paulus wijst op een tijd wanneer wat ten dele was, zou zijn voltooid. Het woord van God zou als geheel beschikbaar zijn. 

Paulus was degene die het woord van God zou completeren. Het zien in een spiegel, onduidelijk en ten dele, wordt gezet tegenover het zien van aangezicht tot aangezicht. De spiegel is een beeld van de beginfase van de ecclesia met de geestelijke gaven. Het zien van aangezicht tot aangezicht is een uitbeelding van de tijd die zou komen en waarin men de beschikking zou hebben over heel het woord van God.

Dat het zien van aangezicht tot aangezicht niet spreekt over onze toekomst bij de Heer, bevestigt ook het laatste vers van dit hoofdstuk:

13 Maar nu blijven: geloof, hoop, liefde – deze drie. Maar de grootste van deze is de liefde.

nu blijven geloof, hoop en liefde
Let goed op wat hier staat! Nu blijven geloof, hoop en liefde. Geloof en hoop zullen verdwijnen als wij bij Hem zijn, want wanneer wij Hem zien, verwisselen wij geloof voor aanschouwen (2 Kor.5:7) en is onze hoop vervuld (Rom.8:24).

Paulus spreekt dan ook niet over de toekomst, wanneer wij bij de Heer zullen zijn, maar spreekt over de tijd die hier voor de ecclesia op aarde zou volgen. En wij mogen leven in die tijd bij het heldere licht van het complete woord van God!