Richteren 6:28-29 woord en daad

Gideon heeft het oude altaar van Baäl en Asjera afgebroken en uit vrees voor de vijandigheid van zijn volk, in het geheim een nieuw altaar gebouwd. Vervolgens zien we niet alleen dat Israël onwetend is van wat er is gebeurd, maar ook dat zij Gideon afwijzen en zelfs willen doden zodra men ontdekt wat hij heeft gedaan.

Richteren 6
28 Toen de mannen van de stad vroeg in de ochtend opstonden, zie het altaar van de Baäl was afgebroken en de Asjerapaal, die er op was, was omgehakt. En de tweede jonge stier was geofferd op het altaar dat was gebouwd.
29 En een ieder zei tegen zijn naaste: Wie deed deze zaak? En toen zij onderzochten en navroegen, zei men: Gideon, zoon van Joas, hij deed deze zaak.

zijn naam
Gideon betekent “hij die neerslaat” of “houthakker”. Zijn naam sluit aan bij de geschiedenis waarin hij optreedt. Maar kreeg hij die naam achteraf, als gevolg van zijn daden, of al vooraf als een profetische aanduiding? Dat laatste zou te vergelijken zijn met Abram, die de naam Abraham (=vader van vele volkeren) ontving terwijl hij nog kinderloos was.

vroeg in de morgen
Gideon  maakt een einde aan de oude godsdienst, zoals de Heer bij Zijn komst een einde maakte aan het oude verbond en het Judaïsme. Toen Christus vroeg in de morgen opstond (Joh.20:1), was dit een feit. Maar Gideons volksgenoten zijn in onwetendheid en weten niet wie dit gedaan heeft. En als zij erachter komen, willen zij Gideon doden. Het Joodse volk heeft altijd de profeten van God gedood en ook na de opstanding van Christus werden zijn getuigen om het leven gebracht (Hand.7:52).

verwoesting stad en tempel
Het afbreken van het altaar van Baäl verwijst naar de verwoesting van Jeruzalem en de tempel in het jaar 70 na Chr. Doordat het heiligdom was vernietigd, kon Israël de dienst van het oude verbond niet langer uitoefenen. Het volk verloor zijn stad en tempel en werd verstrooid onder de volken.

woord is daad
In vers 29 komt twee keer de uitdrukking “deze zaak” voor. Het Hebreeuwse woord dat hier staat, dabar, is het gebruikelijke woord voor “woord”, zoals in “het woord van JAHWEH” (1 Kon. 12:24; Jer. 7:2). Als we het letterlijk zo zouden vertalen, zou er staan: “Wie heeft dit woord gedaan?” Vrijer weergegeven: “Wie heeft dit gedaan, waarover wij spreken?” Gideon is een type van Hem, die het Woord genoemd wordt (Opb.19:13) en die kwam om het woord te vervullen.

Dat dabar vertaald wordt met “zaak” laat een indrukwekkende eigenschap van Gods woord zien: wanneer God spreekt, komt het tot stand. Daarom is Zijn woord gelijk aan Zijn daad.