4. het woord van de waarheid recht snijden: Paulus, apostel van de natiën

De opdracht van Jezus in Zijn aardse wandel en van de Twaalf, was dat zij waren gezonden tot het volk Israël. Maar welke woorden in de Schrift zijn dan wel rechtstreeks aan ons gericht? Dat zijn de woorden van de apostel Paulus. Hij is de apostel van de natiën.

Paulus ontving zijn boodschap niet van Jezus op aarde, maar van de opgewekte Christus, vanuit de hemel. Niet bestemd voor één volk, maar voor alle volkeren, zonder onderscheid. In deze huidige tijd verzamelt God zich een volk uit alle natiën voor Zijn naam (Hand.15:14).

Romeinen 11
13 En ik zeg tot jullie, de natiën: in zoverre ik dan, inderdaad, de apostel van de natiën ben, verheerlijk ik mijn bediening…

Galaten 2
8 want Hij, die in Petrus werkzaam is tot afvaarding van de besnijdenis, is ook werkzaam in mij, voor de natiën –
9 en wanneer zij de genade erkenden, die aan mij gegeven wordt, geven Jakobus, Kefas en Johannes, die steunpilaren schijnen te zijn, aan mij en Barnabas de rechterhand van gemeenschap: wij, inderdaad, voor de natiën, en zij voor de besnijdenis.

Efeziërs 3
8 Aan mij, de allergeringste van alle heiligen, werd deze genade gegeven, om aan de natiën te evangeliseren de onnaspeurlijke rijkdom van Christus.

1 Timotheüs 2
7 Ik werd daartoe geplaatst als een heraut en een apostel – ik zeg de waarheid, ik lieg niet – als een leraar van de natiën in kennis en waarheid.

2 Timotheüs 1
11 En ik werd daartoe geplaatst als heraut, apostel en leraar van de natiën.

apostel
Als wij het woord van de waarheid correct verdelen, erkennen wij dat Jakobus, Petrus en Johannes apostelen uit de besnijdenis zijn (Gal. 2:9) met een boodschap voor de besnijdenis (>het Joodse volk).
Paulus is de apostel van de natiën (Rom.11:13; 1 Tim.2:7) en zijn brieven zijn rechtstreeks aan ons, gelovigen uit de natiën, gericht. Hij is de apostel die de waarheden omtrent de ecclesia, het lichaam van Christus, bekend mocht maken (Ef.3:3-7; Kol.1:26-27).

Maar vergis u niet. Dat betekent niet dat de waarheden die Paulus openbaart, niet terug te vinden zijn in de Hebreeuwse geschriften en in de evangeliën. Juist omdat Paulus de bedekking ervan afneemt, kunnen wij in oude geschiedenissen en rituelen, in heel de Schrift, vinden wat daarin verborgen ligt.

een andere beduiding
Paulus zelf gaat ons hierin voor als hij spreekt over het verhaal van Abraham, die twee vrouwen had, Sarah en Hagar (Gal.4:20-31). Hij zegt hierover dat deze twee vrouwen ten diepste iets anders voorstellen, het is beeldspraak voor geestelijke dingen. In de geschiedenis van Sarah en Hagar en de twee zonen die zij voortbrachten, Izak en Ismaël, ligt een diepere zin. Of zoals de Statenvertaling vertaalt: hetwelk dingen zijn die andere beduiding hebben (Gal.4:24). Paulus wijst de Galaten terecht dat ze deze betekenis van de geschiedenis niet kennen. Zij wilden onder de wet leven, maar luisterden niet echt naar de wet (Gal.4:21). Zij kenden de diepere zin van het oude testament niet en Paulus verwijt het hen!

typologisch
In 1 Korinthe 10 spreekt Paulus over de dingen die het volk Israël in de woestijn overkwamen. Hij zegt hierover: deze dingen nu zijn typen van ons geworden (1 Kor.10:6) en deze dingen overkwamen hen typologisch, en het werd geschreven tot attendering van ons (1 Kor.10:11). Hij zegt dus niet: dit is het oude testament en wij hebben daar niets mee te maken. Integendeel, deze geschiedenissen zijn juist opgeschreven voor ons en we zouden acht geven op de typologie die we erin vinden.