Jezus was tijdens Zijn aardse wandel gezonden tot het volk Israël en dat gold ook voor de Twaalf. Maar waar vinden wij dan in de Schrift de boodschap die rechtstreeks aan ons is gericht? Bij de apostel Paulus. Hij is de apostel van de natiën.
Paulus ontving zijn boodschap niet van Jezus op aarde, maar van de opgewekte Christus, vanuit de hemel.
Galaten 1 ISA
11 Want ik maak jullie bekend, broeders, dat het evangelie dat door mij geëvangeliseerd wordt, niet naar de mens is.
12 Want ook ik ontving het niet van een mens, noch werd ik onderwezen, maar door een onthulling van Jezus Christus.
De boodschap die aan Paulus was toevertrouwd was niet bestemd voor één volk, maar voor alle volkeren, zonder onderscheid. In deze huidige tijd neemt God Zich een volk uit de natiën voor Zijn naam (Hand. 15:14).
Romeinen 11 ISA
13 En ik zeg tot jullie, de natiën: in zoverre ik dan, inderdaad, de apostel van de natiën ben, verheerlijk ik mijn bediening…
Galaten 2 ISA
8 want Hij, die in Petrus werkzaam is tot afvaarding van de besnijdenis, is ook werkzaam in mij, voor de natiën –
9 en wanneer zij de genade erkenden, die aan mij gegeven wordt, geven Jakobus, Kefas en Johannes, die steunpilaren schijnen te zijn, aan mij en Barnabas de rechterhand van gemeenschap: wij, inderdaad, voor de natiën, en zij voor de besnijdenis.
Efeziërs 3 ISA
8 Aan mij, de allergeringste van alle heiligen, werd deze genade gegeven, om aan de natiën te evangeliseren de onnaspeurlijke rijkdom van Christus.
1 Timotheüs 2 ISA
7 Ik werd daartoe geplaatst als een heraut en een apostel – ik zeg de waarheid, ik lieg niet – als een leraar van de natiën in kennis en waarheid.
2 Timotheüs 1 ISA
11 En ik werd daartoe geplaatst als heraut, apostel en leraar van de natiën.
apostel
Als wij het woord van de waarheid correct verdelen, erkennen wij dat Jakobus, Petrus en Johannes een bediening hadden voor de besnijdenis (Gal. 2:9), het Joodse volk.
Paulus is de apostel van de natiën (Rom. 11:13; 1 Tim. 2:7) en in zijn brieven vinden wij de boodschap die rechtstreeks aan ons, gelovigen uit de natiën, is gericht. Hij is de apostel die de waarheden omtrent de ecclesia, het lichaam van Christus, bekend mocht maken (Ef. 3:3-7; Kol. 1:26-27).
Maar dat betekent niet dat de waarheden die Paulus openbaart, niet terug te vinden zijn in de Hebreeuwse geschriften en in de evangeliën. Juist omdat Paulus de diepere betekenis ervan bekendmaakt, kunnen wij in oude geschiedenissen en rituelen, in heel de Schrift, ontdekken wat daarin verborgen ligt.
een andere beduiding
Paulus zelf gaat ons hierin voor als hij spreekt over het verhaal van Abraham, die twee vrouwen had, Sarah en Hagar (Gal.4:20-31). Hij laat zien dat deze twee vrouwen een andere beduiding hebben en staan voor geestelijke werkelijkheden. In de geschiedenis van Sarah en Hagar en de twee zonen die zij voortbrachten, Izak en Ismaël, ligt een diepere zin. Of zoals de Statenvertaling vertaalt: hetwelk dingen zijn die andere beduiding hebben (Gal.4:24).
Zij wilden onder de wet leven, maar Paulus vraagt hun: “horen jullie de wet niet?” (Gal. 4:21). Vervolgens laat hij zien welke diepere betekenis in de geschiedenis van Sara en Hagar ligt.
typologisch
In 1 Korinthe 10 spreekt Paulus over de dingen die het volk Israël in de woestijn overkwamen. Hij zegt hierover: deze dingen nu zijn typen van ons geworden (1 Kor.10:6) en deze dingen overkwamen hen typologisch, en het werd geschreven tot attendering van ons (1 Kor.10:11). Hij zegt dus niet: dit is het oude testament en wij hebben daar niets mee te maken. Integendeel, deze geschiedenissen zijn tot onze attendering opgeschreven en we zouden acht geven op de typologie die we erin vinden.