11. het woord van God is compleet: alle Schrift is door God geïnspireerd

In voorgaande blogs zagen we hoe Petrus en Paulus zich hebben toegelegd op het bij elkaar brengen van de Schriften. Petrus had als opvolger Marcus en de plaatsvervanger van Paulus was Timotheüs. Paulus roept Timotheüs op naar hem toe te komen, om Marcus mee te nemen en de boeken en perkamenten.

het belang van de Schriften
Als we terug bladeren in de 2e Timotheüs brief, zien we dat vóórdat Paulus Timotheüs vraagt zijn boeken en perkamenten mee te nemen, om zo zijn bibliotheek op orde te brengen, hem wijst op het belang van de Schriften.

2 Timotheüs 3
14 Maar blijf jij in wat jij leerde en toevertrouwd werd, omdat jij weet van wie jij het leerde,
15 en dat jij van kind af aan de heilige Schriften kent, die jou wijsheid kunnen geven tot redding door het geloof, dat in Christus Jezus is.

Het “maar jij” klinkt nog een aantal keren in deze brief (2:1; 3:10). Hier in 2 Timotheüs 3:14 is het de tegenstelling tot degenen die een vorm van godsvrucht hebben, maar de kracht ervan verloochend hebben (2 Tim. 3:5). Die kracht is de Schrift en daar gaat Paulus het vervolgens over hebben. Timotheüs was opgegroeid met de heilige Schriften (zie ook 1:5).

16 Heel de Schrift is door God geïnspireerd, en is heilzaam tot onderwijzing, tot aantoning, tot opvoeding, die in rechtvaardigheid is.

door God geademd
Waar in dit vers staat: door God geïnspireerd, staat in de Griekse grondtekst één woord: theopneustos. Dat betekent letterlijk: door God geademd. Zoals Adam een levende ziel werd, doordat God Zijn adem van leven in zijn neusgaten blies (Gen. 2:7), zo is Zijn woord levend, omdat God Zijn geest erin blaast. Vergelijk ook: Johannes 20:22.

Alle (of: elke) Schrift, zegt Paulus. Dit betekent dat Timotheüs ook heel de Schrift kende. Hij was van al deze geschriften op de hoogte. Dat blijkt ook uit het volgende vers.

17 opdat de mens van God toegerust zal zijn, tot elk goed werk volkomen toebereid.

volkomen en volmaakt
Het is alle Schrift, of heel de Schrift die de mens van God, de gelovige, volkomen toerust en tot ieder goed werk volkomen toebereid. Als deze Schrift niet compleet is, is de gelovige ook niet volkomen toegerust.

van de kinderlijke fase tot volwassenheid
Daarom sprak men in de beginperiode van de ecclesia, toen het woord nog niet compleet was, nog in talen en profeteerde men nog. Dit is wat de Schrift ten dele noemt (1 Kor. 13:9), dat is: fragmentarisch of gedeeltelijk, hier wat, daar wat.

Het is ook waarvan in 1 Korinthe 13:11 wordt gezegd: “Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind en rekende ik als een kind. Maar toen ik een man ben geworden, heb ik de dingen, die van een kind waren, teniet gedaan”.
En in vers 10: “Maar wanneer de volwassenheid komt, dan zal dat wat ten dele is, teniet gedaan worden.” Die volwassenheid is gekomen, het woord is compleet!