Samaria en de Samaritanen

In het nieuwe testament worden we geconfronteerd met een bevolkingsgroep, de Samaritanen. Uit het oude testament kennen we de stad Samaria, als hoofdstad van het noordelijke rijk van Israël, het tien stammenrijk. Later werd de hele streek eromheen Samaria genoemd en ook in het Romeinse Rijk ten tijde van Jezus was Samaria een provincie van dat rijk. Maar wie woonden er precies in Samaria en wat is hun rol in de Schrift?

Beschrijving
Op bijvoorbeeld Wikipedia vinden we de volgende omschrijving over de Samaritanen:

De naam van de Samaritanen is afgeleid van de landstreek Samaria waar het volk is ontstaan.

In 722 v.Chr. werd een deel van de inwoners van het noordelijke koninkrijk Israël (ook wel Samaria genoemd) door de Assyriërs weggevoerd; de Assyriërs brachten andere kolonisten voor hen in de plaats. De noordelijke Israëlieten vermengden zich met deze nieuwkomers en hieruit ontstonden de Samaritanen.
Zij werden echter niet door de zuidelijke Israëlieten van het koninkrijk Juda geaccepteerd omdat zij de gemengde Samaritanen niet als echte Israëlieten beschouwden en de Samaritanen naar hun mening niet het zuivere Israëlitische geloof navolgden. 
(…)
Rond de tijd van Jezus Christus aan het begin van de jaartelling werden de Samaritanen door de Joden nog steeds als tweederangsburgers en dito gelovigen behandeld. Daarom antwoordde Jezus volgens het Evangelie volgens Lucas in het Nieuwe Testament op de vraag van een rechtsgeleerde “wie is mijn naaste?” met de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. In het verhaal weigeren twee hooggeplaatste Joden (een priester en een Leviet) om hun handen vuil te maken om een slachtoffer van een geweldsmisdrijf langs de kant van de weg te helpen, maar een Samaritaan is wel hulpvaardig (…)

de Schrift
Als we de Schrift erop naslaan, wordt dit verhaal zo ongeveer wel bevestigd. We vinden in het boek 2 Koningen een heel hoofdstuk dat handelt over de deportatie van het tien stammenrijk en de kolonisatie van het gebied door heidenen, waarna de vermenging tot stand kwam en het volk van de Samaritanen ontstond:

2 Koningen 18
1 In het twaalfde jaar van Achaz, de koning van Juda, werd Hosea, de zoon van Ela, koning over Israël in Samaria en hij regeerde negen jaar.
(…)
5 Vervolgens trok de koning van Assyrië het hele land door. Hij trok ook op naar Samaria en belegerde het drie jaar lang.
6 In het negende jaar van Hosea nam de koning van Assyrië Samaria in en voerde Israël weg naar Assyrië
(…)
23….. Zo werd Israël in ballingschap uit zijn land weggevoerd naar Assyrië, tot op deze dag.
24 De koning van Assyrië bracht mensen uit Babel, uit Chuta, uit Avva, uit Hamath en Sefarvaïm, en liet hen in de steden van Samaria wonen, in plaats van de Israëlieten. Zij namen Samaria in bezit en woonden in zijn steden.

de tien stammen
Het noordelijk rijk van de tien stammen wordt meestal kortweg aangeduid als Israël (tegenover het twee stammenrijk Juda) of Efraïm, de naam van de meest dominante stam. Zij werden weggevoerd in Assyrische ballingschap en het merendeel keerde nooit terug, maar verdween onder de natiën. Toen het Joodse volk de Messias afwees, ging redding naar de natiën en kwam het alsnog terecht bij de tien stammen. Alleen hadden zij die identiteit niet meer. Zij waren ooit Israël, maar nu waren zij heidenen, geassimileerd.

De tien stammen zijn hiermee op z’n minst een type van de ecclesia, gelovigen die worden geroepen uit de natiën. Zij zijn vervreemd van het burgerrecht van Israël (Ef.2:12), maar door de prediking van de apostel Paulus kwam het evangelie tot hen die veraf waren en werden zij dichtbij gebracht door het bloed van Christus (Ef.2:13).

Samaritanen
De Samaritanen zijn een mengvolk, ontstaan doordat de Assyrische koning heidenen bracht in het gebied van Israël waaruit hij de tien stammen had weggevoerd. Deze heidenen vermengden zich met de weinige Israëlieten die daar nog woonden. De Samaritanen vervullen dezelfde rol als de tien stammen die geassimileerd werden in de volkeren. Hun oorsprong was ooit Israëlitisch, maar die identiteit waren zij kwijt. Iets soortgelijks is op ons, gelovigen uit de natiën van toepassing. Naar het vlees niet uit Israël afkomstig, maar toch is er een verbinding, maar die is geestelijk (Rom.15:27) en dus onzichtbaar en onnaspeurlijk.