Paulus richt zich nu tot slaven, de werknemers van zijn tijd. Hij roept hen op hun werk niet alleen goed te doen wanneer iemand toekijkt of om mensen te behagen, maar met een oprecht hart en met ontzag voor de Heer. Alles wat zij doen, zouden zij van harte doen, als voor de Heer en niet voor mensen.
Daarmee verlegt Paulus de aandacht van de aardse heer naar de hemelse Heer. Uiteindelijk is Christus Degene Die wij dienen en van Hem zullen wij ook het lotsdeel ontvangen. Zo laat Paulus zien dat we Hem in elke positie kunnen dienen.