We zijn aangekomen in het laatste deel van Mattheüs 25, dat loopt van vers 31-46 en waarin het oordeel van de Zoon van de mens (>de Ben Adam) over de volkeren wordt beschreven. De volken zullen voor Hem verzameld worden en Hij zal ze van elkaar scheiden, ‘zoals een herder de schapen van de bokken afscheidt’.
Mattheüs 25
32 En al de natiën zullen vlak vóór Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkaar afzonderen, net zoals de herder de schapen van de bokken afzondert.
33 En Hij zal de schapen aan zijn rechterhand doen staan, en de bokjes aan zijn linkerhand.
definitief lot?
Meestal wordt hierin gelezen dat dit het moment is van het eindoordeel en dat hierna ‘de eindeloze eeuwigheid’ aanbreekt. De schapen gaan naar de hemel, de bokken naar de hel, is dan de gedachte.
Maar de Schrift kent niet zoiets als een ‘eindeloze eeuwigheid’, maar aeonen, dat zijn tijdperken. En ook het begrip ‘hel’ is onbekend aan de bijbel.
Verder weten we uit de context dat het oordeel plaatsvindt vóór de toekomende aeon en niet over een definitieve bestemming gaat, er volgt immers nog een tijdperk. En na de aeon van de duizend jaar zelfs nog een laatste aeon. Daarnaast gaat het hier niet over individuen, maar over volkeren.
volken
Wat hier beschreven wordt, is dat aan het einde van deze aeon, de natiën zullen worden geoordeeld. De schapen en bokken zijn een uitbeelding van de volkeren. Zij zullen beoordeeld worden op hun houding ten opzichte van Israël. Daarover later meer.
Joël 2 en 3
Ook hier bij de beschrijving van het gericht over de volkeren, baseert de Heer Zich in Zijn toespraak weer op de Hebreeuwse geschriften, op bijvoorbeeld Joël 3.
Het gedeelte dat vooraf gaat aan Joël 3 is erg bekend. In Joël 2 wordt gesproken over het herstel van Israël. Net als in het voorgaande in Mattheüs 24. God zal Zijn geest uitgieten op alle vlees van Zijn volk (Joël 2:28-29).
In deze passage wordt ook gesproken over de tekenen aan zon, maan en sterren (Joël 2:30-31), die het moment van het zesde zegel markeren (Opb.6:12-3) en waarvan we uit Mattheüs weten dat dit is: onmiddellijk na de grote verdrukking (Matth.24:29).
Het volk zal aan het einde van de grote verdrukking de naam van JAHWEH aanroepen, de Heer zal verschijnen en Zijn voeten zetten op de Olijfberg, waarop de Olijfberg zal scheuren (Zach.14:4). Dan zal het volk kunnen vluchten (Joël 2:32).
eindoordeel over de volkeren
Na de grote verdrukking over Israël, zullen de oordelen over de natiën komen, in Openbaring voorgesteld door zeven bazuinen. Aan het einde van deze periode zal het eindoordeel over de volkeren komen en dat is wat wordt beschreven in Joël 3, waaraan de Heer refereert in Mattheüs 25:31-32.
Joël 3
1 Want zie, in die dagen en in die tijd, wanneer Ik de krijgsgevangenschap van Juda en Jeruzalem zal omkeren,
2 dan zal Ik al de natiën bijeenroepen en Ik zal hen afvoeren naar het dal van Josafat. En Ik zal daar met hen in het oordeel komen ten behoeve van Mijn volk en Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de natiën verstrooiden, en Mijn land dat zij opdeelden.
(…)
11 Mobiliseert en komt, al de natiën van rondom! En zij worden daar bijeengeroepen. Zet neer, JAHWEH, jouw machtige mannen!
12 De natiën zullen opgewekt worden en zij zullen opgaan naar het dal van Josafat, want daar zal Ik zitten om over al de natiën van rondom recht te spreken.
Ook andere profeten spreken over deze gebeurtenis, zoals de profeet Zefanja:
Zefanja 3
8 Daarom, verwacht Mij, spreekt JAHWEH, tot de dag dat Ik opsta om buit te halen.
Want Mijn oordeel is de natiën te verzamelen, de koninkrijken bijeen te roepen,
om over hen Mijn gramschap uit te storten, heel de hitte van Mijn toorn.
Want door het vuur van Mijn na-ijver zal heel dit land verslonden worden.
bokken
Het gericht dat in Mattheüs 25 wordt beschreven, is een oordeel dat plaatsvindt, hier op aarde. Het vindt plaats ná het herstel van Israël, aan het einde van de dag van toorn (Opb.6:17).
Het is een oordeel over de dan levende volkeren. Zij zullen geoordeeld worden op hun houding ten opzichte van het volk Israël. De ongehoorzame volken (>bokken) zullen gebracht worden in het dal van Josafat (=JAHWEH richt) en daar worden berecht. Ze zullen omkomen in het aeonische vuur en de toekomende aeon niet beërven (:41).
schapen
De rechtvaardige (:37) volken (>schapen) zullen het Koninkrijk van de Messias ingaan. Zij zullen het leven van de toekomende aeon ontvangen, het aeonische (>eeuw-ige) leven (:46). Dat is de duizend jaar waarin Satan gebonden is, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden (Opb.20:2-3).