van negatief naar positief

Soms beschrijft een Schriftplaats de negatieve kant van het verhaal en is het goed om de andere kant te bezien, zodat het positieve beeld zichtbaar wordt en daarmee ook het contrast. Wie waren wij ooit zonder God en wie zijn wij nu en wat hebben wij ontvangen, nu we Hem mogen kennen? Hiervan vinden we een voorbeeld in:

Romeinen 1
21 Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart.
22 Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden.

 

Van degene die God niet als God verheerlijkt en dankt, zegt dit dat:

  1. Zijn redeneren leeg is (redeneringen lopen op niets uit, omdat ze een verkeerd uitgangspunt hebben).
  2. Het hart onverstandig is.
  3. Het hart verduisterd is.
  4. Hij dwaas geworden is.

 

Van degene die God wel kent en Hem als God verheerlijkt en dankt:

  1. Worden de redeneringen zinvol: ze kennen het juiste uitgangspunt (Spr.1:7, 9:10).
  2. Is het hart verstandig/wijs gemaakt (Ef.1:17).
  3. Is het licht geworden in het hart (Ef.1:18).
  4. Hij kent de wijsheid van God (1 Kor.1:24).

 

Een ander voorbeeld:

Efeze 4
17 Dit dan zeg ik en ik getuig in de Heer, dat jullie niet meer wandelen zouden zoals ook de natiën wandelen, in de ijdelheid van hun denken,
18 verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven van de God, door de in hen aanwezige onwetendheid, door de verharding van hun harten.

 

Degenen die de God niet kennen:

  1. Zijn leeg in hun denken.
  2. Zijn verduisterd in het verstand.
  3. Zijn vervreemd van het leven van de God.
  4. Zijn onwetend
  5. Is het hart verhard

 

Degenen die de God wel mogen kennen:

  1. Zijn gevuld in hun denken. Vervuld namelijk met geest en dus vervuld met Zijn woord (Ef.5:18, Kol.3:16).
  2. Zijn verlicht in het verstand (Ef.1:18)
  3. Hebben deel gekregen aan het leven van de God (Ef.2:18-19).
  4. Weten. Sterker nog, wij hebben door Zijn woord besef en realisatie (Grieks: epignosis) van de God (Ef.4:13, Ef.1:17, Kol.1:9-10).
  5. Hebben een hart vervuld met hoop, omdat de liefde van God in hun harten is uitgestort (Rom.5:5).

 

Dit alles is genade en Gods werk (Ef.2:8)!

 

1 Korinthe 1
26 Ziet slechts, broeders, wat gij waart, toen gij geroepen werd: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken.
27 Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen;
28 en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren, dat, wat niets is, om aan hetgeen wel iets is, zijn kracht te ontnemen,
29 opdat geen vlees zou roemen voor God.
30 Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid,  rechtvaardigheid, heiliging en verlossing,
31 opdat het zij, gelijk geschreven staat: Wie roemt, roeme in de Here.