de dag des Heeren

De dag des Heeren, letterlijk: de dag van Jahweh, is in de Schrift niet de zondag, zoals vaak wordt beweerd, maar het is de periode van de openbaring van Jezus Christus (Op.1:1,10). Johannes werd in geest gevoerd in de dag des Heeren (Op.1:10) en in het boek Openbaring vinden we beschreven welke gebeurtenissen er dan plaatsvinden.
Nu is Christus nog verborgen (Kol.3:3), maar er komt een moment dat Hij geopenbaard zal worden en wij met Hem (Kol.3:4). Deze periode wordt de dag van Jahweh genoemd in de Schrift. In deze blog hanteer ik voor het gemak de term de dag des Heeren, omdat dit een gangbare term is in diverse vertalingen en in het spraakgebruik.

Duizend jaren
God rekent in dagen van duizend jaren (2 Petr.3:8, Ps.90:4). De zevende dag (van duizend jaar) zal de Grote Sabbat worden. Duizend jaren zal Satan gebonden zijn (Op.20:3) en de Messias (Grieks:Christus) zal regeren vanaf de troon van David in Jeruzalem (Jes.9:5-6). Er zal vrede zijn en rust.

Maar de komst van de dag des Heeren, voor Israël en de volken, namelijk de aanvang van de dag des Heeren, zal gepaard gaan met oordelen en gericht. Daarvan wordt dan ook veelvuldig gesproken door de oudtestamentische profeten.

Hieronder volgen een aantal Schriftplaatsen waar gesproken wordt over de komst van de dag des Heeren en de gebeurtenissen die hierbij beschreven worden.

Jesaja 13
– een volk uit een ver land wordt door God gebruikt om het hele land (Israël) te verwoesten (vers 5,6,9).
– het is een dag van toorn en zondaren zullen uitgeroeid worden (vers 9).
– zon, maan en sterren zullen verduisterd worden (vers 10).

Jeremia 30
– die dag is een tijd van benauwdheid voor Jacob (vers 7).

Jeremia 46
– die dag is een dag van wraak (vers 10).

Joël
– de dag des Heeren komt als een verwoesting van de Almachtige (Joël 1:15).
– ook in Joël wordt gesproken over de komst van de dag des Heeren, wanneer het nabij is, en van een volk dat opkomt tegen het land (Israël) en het verwoest (Joël 1:6; 2:2).
– zon, maan en sterren zullen verduisterd worden (Joël 2:10,31; 3:15).
– de dag des Heeren komt als de dageraad uitgespreid over de bergen (Joël 2:2).

Amos 5
– de dag des Heeren zal duisternis zijn en geen licht (vers 18,20).

Obadja
– de dag des Heeren komt over alle volken. Er wordt rechtgedaan en er is sprake van vergelding (vers 15).

Zefanja
– de dag des Heeren is een dag van:

•verbolgenheid
•van benauwdheid en van angst
•van verwoesting
•van duisternis
•verwoesting van Israël (Zef.1:14-18).

Zacharia
– alle heidenen zullen tegen Jeruzalem ten strijde verzameld worden (Zach.14:2).
– Jeruzalem zal ingenomen en geplunderd worden (Zach.14:2).
– Jahweh zal daarna zelf strijden tegen die heidenen (Zach.14:3).
– na het aanroepen van de naam van Jahweh (Zach.13:9; Joël 2:32), zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg (Zach.14:4) en er zal door een gescheurde Olijfberg een vluchtweg ontstaan voor het gelovig overblijfsel (Zach.14:4-5).

Maleachi
– die dag komt als een brandende oven (Mal.4:1).
– de goddelozen zullen vertreden en geoordeeld worden (Mal.4:1-3).
– voor degenen die Zijn Naam vrezen, zal de Zon der gerechtigheid opgaan (Mal.4:2).
– eer dat die grote en vreselijke dag des Heeren komt, zendt God de profeet Elia (Mal.4:5).

Dageraad
Er zijn in het oude testament veel gedeelten die spreken over de dag des Heeren. Zo is het bijvoorbeeld het onderwerp van het gehele boek Joël. Veel van deze gedeelten spreken over de oordelen waarmee de komst van de dag des Heeren gepaard gaat. In Joël 2:2 wordt in verband hiermee het beeld gebruikt van de dageraad. De dageraad is de periode van schemering direct voorafgaand aan zonsopkomst. Het wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van licht, zonder de aanwezigheid van de zon. De dageraad is dus het vroegste moment van de morgen, wanneer het nog donker is. Zó begint de dag des Heeren. Het begint met oordeel, maar naarmate de dag verder aanbreekt en de zon verder opgaat, is er zegen. Dat begint met zegen en heil voor het volk van Israël, na de oordelen (Joël 2:18-29; 3:1; 3:18-21).

Hetzelfde geldt voor de volkeren. Eerst oordeel (Joël 3:2-15; Obadja:15; Zach.14:3). Daarna, wanneer Gods Koninkrijk zal gevestigd zijn over de hele aarde, zullen de volkeren gezegend worden via Israël (Jes.2:1-4; Zach.14:16; Jes.66:23; Ps.22:28-29; Ps.86:9).

Voor de ecclesia vangt de dag als eerste aan (1 Thess.5:1-5), wij zijn eerstelingen (2 Thess.2:13). Daarna volgt Israël en daarna de volkeren.
Zoals nu voor Israël de sabbat ook eerder aanbreekt, namelijk op vrijdagavond bij zonsondergang, zo zal de Grote Sabbat, de dag van Jahweh, voor hen eerder aanbreken dan voor de volkeren.

De dag des Heeren komt met oordeel, maar er zal na een korte periode van oordeel, een lange periode van grote zegen volgen.

Psalm 30:6
Want een ogenblik duurt Zijn toorn, een leven lang Zijn welbehagen.