6. betekent eeuwig in de Bijbel eindeloos? wat is eeuwig leven?

In de vorige blog hebben we stilgestaan bij de betekenis van aeonisch oordeel en verwante termen, zoals aeonische straf. In veel vertalingen worden deze uitdrukkingen weergegeven met “eeuwig oordeel” en “eeuwige straf”, waarbij wordt uitgegaan van een oordeel of straf zonder einde. Maar dat komt niet overeen met de betekenis van het Griekse aionios, dat juist duidt op een tijdperk en niet op een eindeloze duur.

het leven van de toekomende aeon
Maar dat zou de vraag kunnen oproepen wat dan onder “eeuwig leven” moet worden verstaan. Is dat leven ook eindig? Laten we eerst naar de betekenis kijken die de bijbel zelf geeft aan “eeuwig leven”, of beter: aeonisch leven. In de evangeliën vinden we twee teksten waarin Jezus expliciet spreekt over aeonisch leven. Voor de duidelijkheid citeer ik alleen de verzen waarin dit begrip voorkomt.

Marcus 10 GES
30 of hij krijgt het honderdvoudig terug: nu, in deze periode, woonhuizen, en broers, en zussen, en moeders, en vader, en kinderen, en velden, met vervolgingen, en in de toekomende aeon het aeonische leven.

Lukas 18 GES
30 die niet absoluut veelvoudig terug zal krijgen, in deze periode, en in de toekomende aeon het aeonische leven.

Beide teksten maken duidelijk dat het aeonische leven behoort bij de toekomende aeon. Zelfs in traditionele vertalingen, zoals de Statenvertaling en de NBG, blijft dit zichtbaar: “… en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.”
Daaruit blijkt dat “eeuwig leven” geen abstract, tijdloos begrip is, maar dat dit het leven is van de toekomende eeuw.

onvergankelijk
In die toekomende aeon zal Satan voor duizend jaar gebonden zijn (Opb. 20:1-3) en zal Christus Zijn Koninkrijk wereldwijd vestigen. Voor de aanvang van dat Koninkrijk worden doden opgewekt om samen met Christus te regeren gedurende die duizend jaar (Opb. 20:4-6). Deze opgewekten ontvangen onvergankelijk leven: zij sterven niet meer.

Dat wordt bevestigd in het gesprek van Jezus met de Sadduceeën, die de opstanding ontkenden. Zij proberen Jezus te strikken met een casus over het leviraatshuwelijk. Jezus’ antwoord is veelzeggend:

Lukas 20 GES
34 … De zonen van deze aeon trouwen, en zij worden uitgehuwelijkt,
35 maar wie waardig gekeurd worden die aeon ten deel te vallen, en de opstanding uit de doden, trouwen niet, en zij worden niet uitgehuwelijkt.
36 Want zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn aan de boodschappers (>engelen) gelijk, en zij zijn zonen van God, omdat zij zonen van de opstanding zijn.

de aeon eindigt, het leven niet
De Schrift noemt het huidige tijdperk de tegenwoordige boze aeon. Na dit tijdperk komt de toekomende aeon, waarin de opstanding plaatsvindt. Wie aan die aeon deel krijgt en aan de opstanding uit de doden, ontvangt leven dat niet meer door de dood wordt aangetast: onvergankelijk leven.

Daarmee wordt een belangrijk onderscheid zichtbaar: de aeon is eindig, maar het leven dat in de opstanding wordt ontvangen, is dat niet. Het aeonische leven ontleent zijn naam aan de toekomende aeon, maar houdt niet op wanneer dat tijdperk eindigt.

Kort gezegd:
aan het tijdperk komt een einde,
maar aan het leven niet.