De eerste zeven verzen van 1 Korinthe 13 beschrijven wat de liefde is. We moeten ons bij het lezen van dit gedeelte bedenken dat de liefde ten diepste een persoon is: God is liefde (1 Joh.4:8,16). Het kennen van God en Zijn onbegrensde en onvoorwaardelijke liefde gaat alles te boven. Als we die liefde niet hebben en niet kennen, zijn we niets (1 Kor.13:2).
1 Korinthiërs 13
8 De liefde vervalt nooit, maar profetieën: zij zullen teniet gedaan worden, talen: zij zullen ophouden, kennis: zij zal teniet gedaan worden.
eindig en eindeloos
De liefde valt nooit uit, staat er letterlijk. Gods liefde is oneindig en onbeperkt. Zoals de Statenvertaling en NBG zeggen: de liefde vergaat nooit. Dat staat tegenover de gaven die hier genoemd worden: profetieën, het spreken in talen en de gave van kennis, zij zullen teniet gedaan worden of gewoon stoppen.
geen compleet woord van God
We moeten ons bedenken dat de tijd waarin Paulus dit optekende en waarin de Korinthiërs leefden, een bijzondere periode was. Men had niet de beschikking over het woord van God, zoals wij dat hebben. Men had de Tenach, ons oude testament, en daarnaast waarschijnlijk enkele vroege brieven van Paulus, zoals de Thessalonicenzen brieven en de Galaten brief. Vermoedelijk bestond de brief van Jakobus al en wellicht hadden zij het evangelie van Marcus. Maar men bezat nog niet het complete woord van God, zoals wij dat hebben.
verandering
De tijd waarin de Korinthiërs leefden, was een overgangsperiode, die wordt beschreven in Handelingen. Israël wees de Messias af en redding werd naar de natiën gezonden (Hand.13:46-47; Hand.28:28). Israël was Gods uitverkoren volk, maar werd tijdelijk terzijde gesteld. Gods plan met Israël stopte en een tot dan toe verborgen gebleven programma, werd via de apostel Paulus bekendgemaakt (Ef.3:3-6; Kol.1:25-26).
waarheden met betrekking tot de ecclesia
In de tijd tussen de verwerping van Israël en hun aanneming (Rom.11:11,15) in de toekomst, is redding naar de natiën gegaan en verzamelt God zich een volk uit alle natiën voor Zijn naam (Hand.15:14). Dat is de ecclesia, het lichaam van Christus.
nieuw
Door de apostelen werden nieuwe waarheden met betrekking tot dit plan van God geopenbaard die nog niet op schrift waren gesteld. Om de gelovigen in deze overgangsperiode toe te rusten en op te bouwen, gaf God tijdelijke gaven zoals profetie, het spreken in talen en kennis. Deze gaven waren echter van voorbijgaande aard, want er zou iets beters voor in de plaats komen: de vastlegging van deze waarheden in de Schrift.