In de vorige blog zagen we dat Paulus de liefde tegenover de geestelijke gaven plaatst. De liefde vervalt nooit, maar gaven als profetie, het spreken in talen en kennis zouden verdwijnen. De Korinthiërs hechtten te veel waarde aan deze gaven, en Paulus corrigeert hun gerichtheid door hen hierin onderwijs te geven.
ophouden
Profetieën zijn uitspraken van God en voorzeggingen, (het spreken in) talen is het vermogen om van de grote daden van God te spreken, in een taal die men nooit geleerd heeft (Hand.2:11). Met kennis doelt Paulus op openbaringen van God, waarin Hij geestelijke waarheden bekendmaakt. Van deze drie gaven wordt gezegd dat zij zouden ophouden. De Korinthiërs deden alsof deze gaven het hoogst haalbare waren, maar Paulus legt uit dat ze alles behalve volmaakt zijn.
1 Korinthiërs 13
9 Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele.
ten dele
De gaven, zoals profetie, talen en kennis zouden tenietgedaan worden (:8). Vers 9 geeft de reden: deze gaven waren ten dele, dat wil zeggen fragmentarisch. Het waren weliswaar gaven van Gods Geest, gegeven om de gelovigen toe te rusten en hen te voorzien in wat nodig was, maar ze openbaarden nooit het geheel. Het bleef altijd beperkt: hier een profetie, daar een woord van kennis, of een uiting in een vreemde taal — hier wat, daar wat.
onvolledig
Zo werden slechts gedeelten van Gods openbaring doorgegeven, nooit de volheid ervan. Als bijvoorbeeld iemand in Korinthe een profetie uitsprak, had men daar op een andere plaats niets aan, omdat het daar niet gehoord werd. En zelfs degenen die het wél hoorden, ontvingen slechts een deel van Gods boodschap, nooit het geheel. De gaven waren dus per definitie onvolledig, vooruitwijzend naar de complete openbaring die nog zou volgen.
10 Maar wanneer de volwassenheid komt, dan zal dat wat ten dele is, teniet gedaan worden.
volwassenheid
Deze fase waarin stukjes van Gods woord werden geopenbaard door middel van geestelijke gaven, wordt in 1 Korinthe 13 vergeleken met de fase van een kind (:11). Een kind is onmondig, nog niet volgroeid. Weliswaar een normale fase in het leven, maar het gaat voorbij. Een kind zou opgroeien tot volwassenheid en ook met de ecclesia zou dit zo gaan.
teniet gedaan
Het doel is volwassenheid, de weg er naartoe is de kinderlijke fase. Wanneer die onmondige fase voorbij is, zal dat wat slechts ten dele was, worden teniet gedaan. Dat is dan ook de reden van de beëindiging van deze geestelijke gaven. Ze hadden hun waarde gehad, maar wanneer het volledige woord van God geopenbaard zou zijn, zouden ze hun nut verliezen. Dat wat ten dele was, zou teniet gedaan worden door het volmaakte. Het kind zou een volwassen man zijn geworden.
pas in de hemel?
Het woord dat hier vertaald is met volwassenheid, wordt in de Statenvertaling en NBG weergegeven met het volmaakte. Men concludeert hier wel eens uit dat de gaven ophouden als we in de hemel zijn, in de volmaaktheid. Maar daar gaat het niet over.
In 1 Korinthe 2:6 en 14:20 wordt dit woord in de NBG en Herziene Statenvertaling vertaald met rijp zijn en volwassen en in het verband van 1 Korinthe 13 gaat het over het verschil tussen een volwassene en een kind, zoals uit de volgende verzen blijkt. Meer daarover in een volgende blog.