het huwelijk (7): toch hertrouwen?

Paulus verklaart meerdere keren expliciet dat het huwelijk een zaak voor het leven is (1 Kor.7:32, Rom.7:2), dat slechts verbroken kan worden door de dood. Hertrouwen terwijl de partner nog leeft, ook al is men daarvan gescheiden, is dan ook geen optie die Paulus noemt (1 Kor.7:11). Dat het huwelijk een onverbrekelijke zaak is, is geen uitvinding van Paulus, maar zijn woorden van den beginne (Matth.19:4,8) en dus een principeel begin-sel. De eenheid die door een huwelijk tot stand komt, zou een mens niet scheiden (Matth.19:6).

context

Toch lezen sommigen in 1 Korinthe 7 dat Paulus de optie van hertrouwen wél zou noemen. Men leest dit in de volgende verzen:

27 Ben jij gebonden aan een vrouw? Zoek geen losmaking. Ben jij losgemaakt van een vrouw? Zoek geen vrouw.
28 En ook als jij zou trouwen, dan zondigde jij niet, en als een maagd zou trouwen, dan zondigde zij niet.

Zo op het eerste gezicht lijkt men hier een punt te hebben en lijkt Paulus te zeggen dat degene die is ‘losgemaakt’ (men leest: gescheiden), (weer) zou kunnen trouwen. Men zondigt hiermee immers niet? Toch klopt het niet. Wat men verzuimt, is om deze verzen in het verband te lezen. Hier dus nogmaals dezelfde verzen, maar nu in het verband:

25 En wat betreft de maagden heb ik geen uitdrukkelijk bevel van de Heer. Maar ik geef een mening, als iemand, die ontferming van de Heer verkregen heeft om betrouwbaar te zijn.
26 Ik veronderstel dan vanwege de nu bestaande nood dit goed, dat het goed is voor een mens is, zó te zijn.
27 Ben jij gebonden aan een vrouw? Zoek geen losmaking. Ben jij losgemaakt van een vrouw? Zoek geen vrouw.
28 En ook als jij zou trouwen, dan zondigde jij niet, en als een maagd zou trouwen, dan zondigde zij niet.

verkering

Paulus vangt in vers 25 een nieuw onderwerp aan, met: wat betreft de maagden. Een maagd is in dit verband iemand die nog niet getrouwd is en geen één vlees is geweest met iemand anders. Hij of zij is echter wel ‘gebonden’. Wij zouden dit ‘verkering’ noemen, of wellicht het latere stadium van een relatie: ‘verloofd’.

ongetrouwd blijven

Het is goed om ons bij het lezen van deze verzen telkens voor ogen te houden dat Paulus hier een pleidooi houdt voor het ongetrouwd zijn en blijven, zoals hij zelf was (:7) . Hij vangt hiermee direct aan in vers 1 en hij eindigt het hoofdstuk ermee, door dit zelfs te zeggen van iemand die niet meer getrouwd is, doordat de partner is overleden (:39-40). Ook met betrekking tot de maagden geeft hij dus in deze verzen aan dat het goed is, zó te zijn (:26), namelijk vrijgezel en daardoor ongebonden en vrij om Hem te dienen.

vrijheid

Maar ook hier verkondigt Paulus vrijheid. Als je gebonden bent door een relatie, zoek dan geen losmaking. Maar als je dat niet bent, zoek dan geen vrouw. Je zondigt niet als je trouwt, maar er staat je wel ‘verdrukking in het vlees’ te wachten (:28). Een gewaarschuwd mens….

In vers 36-38 komt Paulus nogmaals terug op deze kwestie en vat hij het zo samen:

38 Wie dus zijn maagd ten huwelijk neemt, zal goed doen; maar wie haar niet ten huwelijk neemt, zal beter doen.