Genesis 44:6-12 Benjamin

Van een oplettende bezoeker van mijn website kreeg ik een mailtje met de vraag waar Benjamin nu precies de uitbeelding van is. In de bespreking van de geschiedenis van Jozef heb ik namelijk aangegeven dat Benjamin een uitbeelding is van het gelovig overblijfsel, maar ik heb in het verleden ook wel eens betoogd dat in de geschiedenis van de geboorte van Benjamin, hij een type van Christus is. Deze vraag wil ik beantwoorden naar aanleiding van de volgende verzen in de bespreking van het gedeelte over Jozefs beker.

Genesis 44
6 En hij haalt hen in, en hij spreekt deze woorden tot hen.
7 En zij zeggen tot hem: Waarom spreekt mijn heer deze woorden? Het zij verre van jouw dienaren om zo iets te doen.
8 Zie, het geld dat wij boven in onze tassen vonden, hebben wij uit het land van Kanaän tot jou teruggebracht. En hoe zouden wij dan uit het huis van jouw heer zilver of goud stelen?
9 Degene van jouw dienaren, bij wie de beker gevonden wordt, hij zal sterven, en bovendien zullen wij voor mijn heer tot dienaren zijn.
10 En hij zegt: Nu dan, het zal zijn naar jullie woorden; degene, bij wie de beker gevonden wordt, die zal mij tot dienaar zijn, maar voor de overigen van jullie, jullie zullen onschuldig gehouden worden.
11 En zij haasten zich, en zij zetten ieder zijn tas neer op de grond, en zij openen ieder zijn tas.
12 En hij doorzoekt, hij begon bij de oudste en hij eindigde bij de jongste. En de kegelvormige beker wordt gevonden in de tas van Benjamin.

typologie
Allereerst een opmerking over typologie. Ons ‘westerse denken’ wordt wel eens causaal of technisch denken genoemd. Het is een denken van oorzaak en gevolg. Als ik op de schakelaar van het licht druk, gaat het licht aan. Als ik een knop op stand 1 zet, gebeurt altijd dit, zet ik die in stand 2, dan gebeurt altijd dat. Maar het ‘oosters denken’ en ook het denken van de bijbel, is een vorm van associatief denken. Er is verbinding en verwantschap tussen onderwerpen, zoals dingen en personen, maar die verbinding kan met meerdere zaken zijn. Één voorbeeld, zonder hier dieper op in te gaan: water is een uitbeelding van leven en dus ook van het levende woord van God. Daar hoef ik niet eens voorbeelden van te geven, denk ik. Maar water kan ook een uitbeelding zijn van dood, denk maar aan de wateren van de zonvloed en het water van de waterdoop. Er zijn meerdere zaken in de bijbel die een verbinding (associatie) hebben met water.

type van Christus
Zo is het ook met Benjamin. Hij werd geboren in het gebied van Bethlehem-Efratha. Zijn moeder Rachel noemde hem Ben-oni, dat betekent: zoon van mijn smart. Maar zijn vader gaf hem de naam: Benjamin, dat betekent: zoon van mijn rechterhand. In deze geschiedenis wordt uitgebeeld hoe degene die kwam als de Man van smarten (Jes.53:3) door God de Vader werd verhoogd tot aan Zijn rechterhand (Ef.1:20). Benjamin is hier dan ook een type van Christus. In deze blog heb ik dit uitgebreider uiteen gezet.

overwinningsbeker
De beker die in de geschiedenis van Genesis 44 bij Benjamin terecht komt, is een uitbeelding van overwinning en nieuw leven. Wij kennen de beker ook nog als een symbool van overwinning. Je zou in deze geschiedenis dus uitgebeeld kunnen zien dat, voordat het huis van Jakob tot besef komt wie hun broeder is die zij verworpen hebben, eerst de overwinning op de dood zou plaatsvinden en de Messias gesteld zou worden aan Gods rechterhand.

Jozef en Benjamin typen van Christus
Bedenk hierbij dat Benjamin een rol heeft in deze geschiedenissen die erg lijkt op die van Jozef: beiden zijn de door de vader geliefde zoon en beiden komen voort uit Rachel, de vrouw die Jakob het meest liefhad. Jozef noemt Benjamin bij hun ontmoeting (43:29) dan ook: “mijn zoon” (=erfgenaam). Benjamin erft de rol van Jozef.

het gelovig overblijfsel
Maar er zijn ook nog andere associaties met Benjamin, die je niet zouden moeten ontgaan. Paulus verklaart meerdere malen nadrukkelijk dat hij uit de stam van Benjamin was (Rom.11:1; Fil.3:5). In Romeinen 11 beantwoord Paulus de vraag of God zijn volk heeft verstoten (:1). Daarop geeft hij twee antwoorden. Het eerste antwoord is dat Israël slechts tijdelijk aan de kant staat, er is een ’totdat’ (:25). Het volk is dus voor een periode terzijde gesteld, maar zal hersteld worden.

Het tweede antwoord dat hij geeft, is dat God ook nu enigen uit het volk redt (:14) en dus het volk niet verstoot en het zelfs niet als geheel terzijde stelt. Er is een gelovig overblijfsel (:5) en Paulus is daar het levende bewijs van. Hij komt immers ook uit dat volk voort en in dat verband benoemt hij dat hij uit de stam van Benjamin is (:1).

Paulus, de Benjaminiet
Benjamin is in de geschiedenis dan ook een uitbeelding van hoe de overwinning, voordat het huis van Jakob de Messias (h)erkent, eerst bij Benjamin terechtkomt. Smal genomen, bij Paulus, de Benjaminiet. Breder genomen, bij het gelovig overblijfsel van Israël. Zij waren de eerste Joodse gelovigen in de opgewekte Messias en dit gelovig overblijfsel ging op in de ecclesia, het lichaam van Christus.

een gelovig Israël
De lijn die ik heb aangehouden in de bespreking van de geschiedenis van Jozef, is dat Benjamin het gelovige Israël representeert. Jozefs beker spreekt van het nieuwe leven van de eersteling en Jozef voorzag in zijn beker toekomende dingen. Jozef, als type van Christus, heeft het kruis verduurt en de schande veracht, omdat hij (onder andere) zag op de vreugde van de toekomstige bekering van Israël. Dat zal in de nabije toekomst gaan plaatsvinden, als het volk in de grote verdrukking de naam van JAHWEH zal aanroepen. De zeven magere jaren waarin de beproeving van de broers plaatsvindt en de beker bij Benjamin terecht komt, is een uitbeelding van de grote verdrukking (Hand.7:11).

geloof
Wat alle betekenissen van de typologie van Benjamin gemeen hebben, is dat God gelovigen zegent. Geloof is het kanaal waardoor God redt (Ef.2:8), rechtvaardigt (Rom.4:3), enz. Benjamin is een type van Christus, want hij was dé Gelovige in het bijzonder. Wij worden gerechtvaardigd door het geloof van Jezus Christus (o.a. Rom.3:22; Gal.2:16), de Zoon aan Gods rechterhand. Dat geldt voor Israël, voor de volkeren en natuurlijk ook voor ons als ecclesia.