Genesis 49:1 Jakob profeteert over de laatste dagen

Nadat Jakob in Genesis 48 de zonen van Jozef, Efraïm en Manasse, gezegend heeft, roept hij zijn eigen zonen tot zich. Boven het hoofdstuk zetten de meeste vertalingen: Jakob zegent zijn zonen, maar we zullen zien dat hij niet alleen zegeningen uitspreekt, maar ook vloek (:7).

Genesis 49
1 En Jakob roept zijn zonen en hij zegt: Verzamelt je, en ik vertel aan jullie, wat jullie in de laatste dagen overkomen zal.

de laatste dagen
De term de laatste dagen wordt in de profetieën nogal eens genoemd en heeft betrekking op dagen die ook nu nog toekomstig zijn. Het wordt bijvoorbeeld genoemd in een profetie over de duizend jaren (Jes.2:2; Micha 4:1), met betrekking tot de bekering van Israël (Jer.23:20, 30:24; Hos.3:5) en in de profetie over Gog en Magog (Ez.38:16).

nieuwe testament
Ook in het nieuwe testament vinden we het begrip nogal eens en blijkt daar een nog bredere toepassing te hebben, namelijk op de dagen vanaf de opstanding van Christus (Hebr.1:1), ook op de tijd waarin wij leven (2 Tim.3:1) en dagen die in verband worden gebracht met de wederkomst van Christus (2 Petr.3:3).

toekomst
De woorden van Jakob in dit hoofdstuk spreekt hij weliswaar tot zijn zonen: Ruben, Simeon, Levi, Juda, enz., maar krijgen hun uiteindelijke vervulling of toepassing op de stammen van Israël. Over de zegening van Jakob voor Efraïm (48:19) hebben we een aanhaling van de apostel Paulus in Rom.11:25 die ons veel verklaart. Maar de meeste woorden van Jakob die hij spreekt tot zijn zonen blijven voor ons raadselachtig. Wellicht omdat de vervulling van die woorden nog toekomst zijn en niet voor ons als ecclesia bedoeld zijn, maar voor Israël? Één ding is zeker, deze woorden zullen hun vervulling krijgen en mettertijd zal de betekenis duidelijk zijn. Op Zijn tijd.