Genesis 49:2-4 Ruben niet tot eerstgeborene gesteld

Als Jakob zijn zonen bij zich laat roepen, zegt hij dingen over hun verleden, maar voorzegt ook met betrekking tot de toekomst (:1). Deze woorden zijn dan ook profetisch en zullen ongetwijfeld hun vervulling hebben op de stammen van Israël in de toekomst.

Genesis 49
2 Wordt bijeengeroepen en luistert, zonen van Jakob, en luistert naar Israël, jullie vader.
3 Ruben, jij bent mijn eerstgeborene, mijn sterkte en het begin van mijn kracht, de voornaamste in hoogheid en de voornaamste in sterkte.
4 Jij bent onstuimig als de wateren, jij zult de voornaamste niet zijn. Want jij bent jouw vaders bed opgegaan; toen heb jij het ontwijd. Hij is mijn slaapplaats opgegaan.

opbruisend
Ruben had menselijkerwijs gesproken alles mee. Hij had letterlijk een voorsprong op zijn broers, omdat hij als eerste werd geboren. Ruben wordt vergeleken met ontstuimig of opbruisend water. De Statenvertaling zegt: “snelle afloop als der wateren”, waarbij het idee is, net als bij bruisend water, dat het maar voor even is, het is snel weer weg. Zo kennen we Ruben ook uit de voorgaande hoofdstukken. Hij wilde Jozef redden, maar faalde in de uitvoer (37:21-29) en staat vooraan met een oplossing, die geen oplossing is (42:37).

type van Israël
Over de betekenis van Ruben hebben we het al eerder gehad. Hij is een uitbeelding van het volk Israël, de beoogde eerstgeboren zoon. Aan hen waren de woorden van God toevertrouwd (Rom.3:2) en zij hadden een ijver tot God (Rom.10:2), maar het was zonder overeenstemmend besef.

hoererij
Dat wat wij zouden noemen ‘onterving van Ruben’ vindt plaats vanwege het overspel dat hij pleegt. Als Jakob in een ander land verblijft, gaat Ruben naar de bijvrouw van zijn vader, Bilha, en ligt bij haar (35:21-22). Op vele plaatsen in de Hebreeuwse bijbel wordt het ongeloof en de ontrouw van het Joodse volk bestempeld als hoererij (=ontucht). Dat wat zij hadden ontvangen, zou van hen afgenomen worden en aan een ander volk worden gegeven (Matt.21:43). Zie daar, onze huidige tijd, waarin Israël terzijde is gesteld en God zich een volk uit de natiën verzamelt voor Zijn naam (Hand.15:14)!