allen is niet altijd ALLEN….

Allen is niet werkelijk altijd allen.
Allemaal is niet werkelijk altijd allemaal.
Iedereen is niet werkelijk altijd iedereen.

 
Soms hangt het namelijk van de context af wie allen, allemaal, of iedereen zijn.

  • Als mijn zoontje zegt: we gaan met z’n allen op schoolreis, bedoelt hij niet met alle mensen, maar: met heel zijn klas. Of wellicht: met de hele school.
  • Als ik tegen mijn dochtertje zeg dat we naar de tandarts gaan en ze vraagt: wie gaan er mee? En ik zeg: we gaan allemaal. Dan bedoel ik: met het hele gezin. Dan bedoel ik niet: met alle mensen.
  • Als ik op een verjaardag tegen mijn vrouw zeg: iedereen wil koffie, dan gaat het niet over daadwerkelijk iedereen, maar over iedereen die op dat moment aanwezig is.

Wie allen is, hangt dus af van de context. Ik heb dit dan ook regelmatig te horen gekregen, als ik naar voren bracht dat God alle dingen (Kol.1:20 NBG en SV) verzoend en dat Hij de Redder is van alle mensen (1 Tim.4:10) en met elk schepsel tot Zijn doel komt.
En het klopt! Wie allen betreft, hangt ook af van de context.

 

4 voorbeelden uit de Schrift

Voorbeeld 1:

 

Romeinen 3 (SV)
4 Dat zij verre. Doch God zij waarachtig, maar ALLE mens leugenachtig
(…)
9 Wat dan? Zijn wij uitnemender? Ganselijk niet; want wij hebben te voren beschuldigd beiden Joden en Grieken, dat zij ALLEN onder de zonde zijn;
10 Gelijk geschreven is: Er is NIEMAND rechtvaardig, ook niet een;
11 Er is NIEMAND, die verstandig is, er is NIEMAND, die God zoekt.
12 ALLEN zijn zij afgeweken, TEZAMEN zijn zij onnut geworden; er is NIEMAND, die goed doet, er is ook niet tot een toe.
(…)
22 Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot ALLEN, en over ALLEN, die geloven; want er is geen onderscheid.
23 Want zij hebben ALLEN gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;
24 En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is.

Vraag: wie zijn volgens de context allen?

 

Voorbeeld 2:

 

Kolossenzen 1 (SV)
15 Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene ALLER kreaturen.
16 Want door Hem zijn ALLE DINGEN geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; ALLE DINGEN zijn door Hem en tot Hem geschapen;
17 En Hij is voor ALLE DINGEN, en ALLE DINGEN bestaan te zamen door Hem;
18 En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in ALLEN de Eerste zou zijn.
19 Want het is des Vaders welbehagen geweest, dat in Hem AL de volheid wonen zou;
20 En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, door Hem, zeg ik, ALLE DINGEN verzoenen zou tot Zichzelven, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn.

Vraag: wat is in dit verband alle dingen?

 

Voorbeeld 3:

 

1 Korinthe 15 (SV)
22 Want gelijk zij ALLEN in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus ALLEN levend gemaakt worden.

Vraag: wie zijn in deze vergelijking, en dus in de context, allen?

 

Voorbeeld 4:

 

Romeinen 5 (NBG)
18 Derhalve, gelijk het door één daad van overtreding voor ALLE MENSEN tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor ALLE MENSEN tot rechtvaardiging ten leven.

Vraag: wie zijn in deze vergelijking, en dus in de context, alle mensen?