11. een sleutelbegrip in het boek Genesis (2)

In de vorige blog zagen we dat Genesis is opgebouwd uit verschillende documenten van meerdere schrijvers, die van elkaar worden onderscheiden door het begrip toledoth. Mozes is de redacteur van Genesis. Hij heeft de diverse geschriften bij elkaar gebracht, aanvullingen gedaan en waarschijnlijk het laatste deel zelf geschreven. In deze blog lopen we kort alle toledoth langs.

de eerste toledoth (1:1 t/m 2:4)
We zagen eerder dat de eerste toledoth de afsluiting is van het scheppingsverhaal van 1:1 tot 2:4: Dit zijn de toledoth van hemelen en aarde, toen zij geschapen werden (2:4). De schrijver wordt niet genoemd. Zou God het Zelf geschreven hebben en Adam niet alleen mondeling hebben onderwezen, maar hem Zijn woord ook schriftelijk hebben nagelaten?

de tweede toledoth (2:5 t/m 5:1a)
Gen.5:1 zegt: Dit is het document van de toledoth van Adam (5:1). Adam is de schrijver en hij heeft zelf ook een verslag opgesteld, waarin met name de schepping van de mens centraal staat (2:5-25). Dat verklaart ook waarom er twee scheppingsverhalen zijn, iets wat theologen al veel hoofdbrekens heeft opgeleverd. Ook hebben Bijbelcritici de verschillen die zij tussen beide gedeelten menen te zien, aangegrepen om de betrouwbaarheid van Genesis ter discussie te stellen. Die tegenstrijdigheden zijn er niet; het zijn twee verslagen van verschillende schrijvers.

de derde toledoth (5:1b t/m 6:9a)
De derde toledoth is ondertekend door Noach: Dit zijn de toledoth van Noach (6:9a). Noach verhaalt over de aanleiding van de zondvloed en de aanzegging door God van de grote vloed (6:1-8). De geschiedenis van de zondvloed zelf is door zijn zonen beschreven.

Opmerkelijk is dat we in Gen.6:9 twee keer achter elkaar het woord Noach vinden. P.J. Wiseman legt in zijn boek Ontdekkingen over Genesis uit dat dit in de oudheid één van de manieren was om de volgorde van kleitabletten aan te duiden. Een nieuw tablet begon dan met hetzelfde woord of zinsdeel als waarmee het vorige was geëindigd. Zie ook: 5:1, 10:1, 11:27, 25:19, 36:1, enz.

de vierde toledoth (6:9b t/m 10:1)
Deze toledoth beschrijft de zondvloed en is opgetekend door de zonen van Noach: Dit zijn de toledoth van de zonen van Noach: Sem, Cham en Jafeth (10:1). Zij zijn ooggetuigen geweest van de zondvloed en hebben deze ook als zodanig beschreven. Zie bijvoorbeeld 7:19-20.

de vijfde toledoth (10:1b t/m 11:10a)
De vijfde toledoth is van de hand van Sem: Dit zijn de toledoth van Sem (11:10). De volkenlijst in Gen.10 en de torenbouw van Babel zijn door Sem vastgelegd.

de zesde toledoth (11:10b t/m 11:27a)
Deze toledoth is betrekkelijk kort en is opgetekend door Terach, de vader van Abraham: Dit zijn de toledoth van Terach (11:27). Het gedeelte bevat de nakomelingen van Sem.

de zevende en achtste toledoth (11:27b-25:12 en 25:13-19)
Opmerkelijk is dat Abraham geen toledoth op zijn naam heeft staan. We vinden wel die van zijn zonen: dit zijn de toledoth van Ismaël (25:12) en: dit zijn de toledoth van Izak (25:19). Doordat deze twee toledoth betrekkelijk kort na elkaar voorkomen, is niet precies vast te stellen wie welk gedeelte heeft geschreven. Mogelijk hebben beide zonen verslag gedaan van het leven van Abraham en een gedeelte van hun eigen leven en zijn deze geschriften later bij elkaar gebracht.

de negende toledoth (25:19b t/m 36:1 en 36:9)
Twee keer vinden we in dit gedeelte een toledoth met dezelfde naam: Dit zijn de toledoth van Ezau (36:1 en 36:9). Hier zien we iets vergelijkbaars als bij de toledoth van Ismaël en Izak. Ook hier vinden we betrekkelijk kort na elkaar meerdere toledoth en verschillende namen. Daardoor is niet met zekerheid vast te stellen welk gedeelte precies door wie is geschreven. Mogelijk zijn hier geschriften van meerdere personen samengevoegd. De volgende toledoth is die van Jakob (37:2).

de tiende toledoth (36:10 t/m 37:2a)
Dit is het laatste deel: Dit zijn de toledoth van Jakob (37:2). Jakobs aandeel is betrekkelijk kort. Wellicht had Ezau als oudste zoon de taak om de familiegeschriften te beheren. Dat zou ook een verklaring kunnen zijn voor de zevende en achtste toledoth, waar Ismaël als de oudste zoon van Abraham het grootste deel geschreven heeft.

het vervolg (37:2b t/m 50:26)
Het vervolg van Genesis bevat geen toledoth meer. Het is de geschiedenis van Jozef, die loopt van 37:2b tot het einde van het bijbelboek. De schrijver hiervan wordt niet genoemd, maar aannemelijk is dat Mozes dit geschreven heeft.

tien keer
Op deze wijze onderscheiden we in Genesis tien documenten aan de hand van de toledoth. Is dit ook geen schitterende bevestiging dat, hoewel het door mensen is opgetekend, dit eerste Bijbelboek woord van God is? Zoals we ook tien keer in Genesis 1 lezen dat God sprak: “en God zeide”. En later vinden we in Exodus 20 de tien woorden die God aan Mozes gaf.

kritiek
Veel punten die worden opgeworpen als kritiek tegen de authenticiteit van Genesis blijken juist de betrouwbaarheid van het boek te bevestigen. In het eerder genoemde boek van P.J. Wiseman geeft hij hier een aantal voorbeelden van.

In de eerste elf hoofdstukken van Genesis komen veel Babylonische woorden voor.

Dit wordt in de Schriftkritiek aangevoerd als argument om de eenheid of het auteurschap van het boek ter discussie te stellen. Hetzelfde geldt voor een ander verschijnsel:

In de laatste veertien hoofdstukken treffen we Egyptische woorden aan.

verschillende invloeden
Men beweert daarom dat Genesis niet door één auteur (Mozes) geschreven kan zijn, omdat dit een voorbeeld is van verschillende invloeden. Maar wanneer we kennis hebben van de toledoth, weten we dat Genesis inderdaad is geschreven door verschillende auteurs, de hoofdpersonen en ooggetuigen zelf!
De eerste hoofdstukken voeren ons terug naar Mesopotamië, waar ook de beschreven geschiedenissen zich voor een belangrijk deel afspelen (o.a. Gen. 2:14; 10:10; Hand. 7:2).

Mozes
In de laatste hoofdstukken, die de geschiedenis van Jozef bevatten, vinden we Egyptische woorden. En ook dat is logisch, wanneer we weten dat Mozes de schrijver is van het laatste deel van Genesis (37:2b t/m 50:26). Hij groeide op aan het hof van Farao en werd onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren (Hand. 7:22).

Egyptisch
In dit deel treffen we dan ook voortdurend Egyptische namen en uitdrukkingen aan. Zo noemt Mozes: Potifar, de overste van de lijfwacht (37:36; 39:1). En de vermelding dat Jozef van Farao een nieuwe Egyptische naam kreeg: Safenath-Paneach (41:45), een naam die wel wordt weergegeven als redder van de wereld. Hierin is Jozef natuurlijk een schitterend type van Christus. Daarnaast noemt hij Asnath, de dochter van Potifera, priester van On (41:45). Dat zijn Egyptische namen, verbonden aan Egyptische goden.

Dat de Egyptenaren geen brood mogen eten met de Hebreeën, want dat is voor de Egyptenaren een gruwel (43:32) veronderstelt kennis van de Egyptische gewoonten. Maar ook andere feitelijkheden, zoals hoe het land werd toebedeeld aan de priesters (47:22) en dat men voor de wagen van Jozef lopers liet gaan (41:43), suggereren kennis van de Egyptische cultuur.

Mozes als redacteur
In de vorige blog zagen we al voorbeelden van aanvullingen die Mozes heeft gedaan op de oorspronkelijke tekst. Het gaat met name om plaatsnamen, die inmiddels onder een andere naam bekend waren. Van deze toevoegingen zijn er velen.

Genesis 14 ISA
7 En-mispat, dat is Kades
(…)
15 …en hij jaagde hen na tot Hoba toe, hetwelk is links van Damascus.
(…)
17 …tot het dal Schave, dat is het dal van de koning.

Genesis 16 ISA
14 Daarom noemde men die put, de put Lachai-roi; zie, hij is tussen Kades en tussen Bered.

Godsnamen
Een belangrijk argument dat wordt gebruikt tegen Mozes als schrijver van Genesis, is het feit dat verschillende Godsnamen voorkomen: Elohim (God), JAHWEH, El Shaddai (God de Almachtige), enz. Ook dit past bij een boek dat is samengesteld uit documenten van verschillende schrijvers, die God op verschillende manieren benoemden.

Opvallend is daarbij het gebruik van de naam JAHWEH in geschiedenissen die voorafgaan aan de tijd waarin God Zich aan Mozes onder deze naam bekendmaakte (Ex. 6:2-3). Het is goed mogelijk dat Mozes bij het redigeren van oudere documenten de naam JAHWEH heeft gebruikt. Dat zou dan geen fout tegen de tijdrekening zijn, maar een redactionele actualisering door Mozes.

een betrouwbaar woord
Is het niet geweldig om Genesis op deze manier te lezen? Om het tot ons te nemen van toledoth tot toledoth en ons daarbij te beseffen wie de schrijvers waren: Adam, Noach, Sem, Cham en Jafeth, Izak, Ezau, Jakob, enz. Het zijn de stamvaders die verslag deden van de geschiedenissen waarin zij zelf een plaats hadden en die uiteindelijk door Mozes zijn samengebracht in het Bijbelboek dat ons terugvoert naar de oorsprong van de wereld en de mensheid.

Juist ook Genesis is een betrouwbaar woord en alle aanneming waardig! (1 Tim. 1:15; 4:9)