de wijzen uit het Oosten

De geschiedenis van de wijzen uit het oosten wordt traditioneel gelezen rond Kerst. Jezus werd geboren in een stal, er kwamen herders op af aan wie engelen waren verschenen en er kwamen drie wijzen uit het oosten die een ster hadden gezien, zo is meestal de gedachte in een notendop.

baby of kind?
Op die lezing valt nogal wat af te dingen. In de eerste plaats wel dat Jezus bij de komst van de wijzen geen baby meer was. In Lukas 2 bij Jezus’ geboorte wordt een Grieks woord voor baby gebruikt, maar in Mattheus 2 wordt een woord gebruikt dat betekent dat hij inmiddels een klein kind was. Als de wijzen niet terug komen bij Herodes, voelt hij zich bedrogen. Hij laat alle kinderen van twee jaar en jonger uit de weg ruimen, om er ‘zeker’ van te zijn dat de koning der Joden ook gedood zou worden. Die tijd van twee jaar, had hij gehoord van de wijzen (:16). Ook een aanwijzing dat de wijzen Jezus niet bezochten in de kraamtijd.

geheel Jeruzalem
Voor zover Jezus al in een stal geboren zou zijn (dat staat nergens), in Mattheus 2 wordt gesproken over een huis (:11). Ook dat er drie wijzen waren, vind je niet terug in de bijbel. Dat was wél het aantal van de geschenken die zij bij zich hadden (:11). En wat voor ster zagen zij eigenlijk? En hoe kan het dat Herodes en geheel Jeruzalem (:3) in rep en roer waren bij de komst van slechts enkele vreemdelingen? Jeruzalem was een handelstad en was wel wat gewend. Het werd regelmatig bezocht door grote karavanen met handelswaar en tijdens feestdagen kwamen er talloze pelgrims naar de stad. Vragen waar we antwoorden op kunnen bedenken, maar de Schrift zwijgt erover… Wat voor lessen zouden we dan wel trekken uit dit verhaal?

heidense magiërs
Het woord dat in onze vertalingen is vertaald met wijzen is het Griekse magoi. Daarin herkennen we met gemak het woord  magie of magiër. Wij weten niet veel van hen, alleen dat zij kennis hadden van de sterren. Zij keken op naar de hemel. In de geschiedenis in Mattheus 2 staan zij tegenover de Joodse leiders die weliswaar moeiteloos de profetieën konden citeren, maar ze niet geloofden (:4-6). Aan hen waren de woorden van God toevertrouwd, maar zij geloofden niet (Rom.3:2, 11:20). Het waren de natiën (heidenen) die wel geloofden (Rom.9:30). Magoi, heidenen die zich met verborgen dingen bezig hielden: verborgenheden of geheimenissen, een sleutelbegrip in de brieven van Paulus.

verborgenheden
En over die verborgenheden gaat het vele malen in Mattheus 2. De wijzen hadden een ster gezien. In het Grieks is dat een astera, in het Hebreeuws is het verwante esther één van de woorden voor verbergen. Herodes roept de wijzen heimelijk bij zich (:7). Vervolgens stelt God hen van zaken in kennis door een droom. Dat spreekt altijd van het bekend maken van verborgenheden, slechts bekend gemaakt aan degenen voor wie het bestemd is. Dromen moeten in de bijbel dan ook vaak uitgelegd worden (Jozef, Daniël).

De wijzen wordt te kennen gegeven weg te trekken door een andere weg. Israël werd terzijde gesteld en God ging een andere weg, via de natiën. In Handelingen wordt dan ook vele malen gesproken over de weg (o.a. 18:26; 19:9; 24:14).

Handelingen 28
28 Laat het, dan, aan jullie bekend zijn, dat deze redding van God tot de natiën werd afgevaardigd, en zíj zullen horen.